Skip to main content

In deze editie van De Wekker staat het thema offeren centraal. Dit is een woord dat we kennen uit de Bijbel, maar dat tegelijk ver van ons af kan voelen – in ieder geval voor mij. Offeren als religieus ritueel doen wij niet meer. Het maakt geen deel meer uit van onze godsdienstige praktijk: we brengen geen dieren naar de tempel en in onze kerken staat geen altaar.

Toch kwam het thema tijdens het onderzoek voor de scriptie waarmee ik mijn bachelor theologie afrondde nadrukkelijk op mijn pad. Ik werd geconfronteerd met het brengen van offers als een alledaagse, vanzelfsprekende praktijk. Voor mijn onderzoek verdiepte ik mij namelijk in een cultus in Venezuela, de María Lionza-cultus, waarin het offerritueel geen bijzaak is, maar het hart van het religieuze leven vormt. Ook onderzocht ik hoe zendelingen, bijvoorbeeld uit een gereformeerde context, hiermee omgaan wanneer zij mensen willen vertellen over het Goede Nieuws van Jezus Christus.

Rust

Zonder daar nu uitgebreid op in te gaan, is het goed om iets van de achtergrond te schetsen. Binnen deze cultus leeft sterk het besef van een geestenwereld die – zo gelooft men – directe invloed heeft op het hier en nu. Door offers te brengen, worden deze geesten gunstig gestemd. Het offer is daarom geen vrijblijvende handeling, maar een noodzaak. Wat mij hierbij vooral trof, was dat geen enkel offer werkelijk voldoening geeft. Hoeveel men ook offert, het is nooit genoeg. Er is geen zekerheid dat het offer toereikend is, het biedt geen blijvende rust.

Hoe anders is dat bij ons! Een voortdurende onrust, zoals de aanhangers van deze Zuid-Amerikaanse cultus die ervaren, kennen wij niet. Christenen worden juist gekenmerkt door rust. Het offer om God gunstig te stemmen, om de breuk tussen Hem en ons te helen, ís al volbracht. De Heere Jezus heeft het beslissende, ultieme offer gebracht – en dat is genoeg. Dáárin ligt onze rust.

Missiologie

Een cultus diep in de bossen van Zuid-Amerika lijkt misschien een ver-van-ons-bedshow. Wat hebben wij met die mensen te maken? Toch mag – nee, móét – ook daar het Goede Nieuws klinken. En dan dient zich een vraag aan die centraal stond in mijn onderzoek, maar die ook breder leeft binnen de missiologie: hoe deel je het Evangelie? Wat betekent het Evangelie in een context waarin mensen leven met voortdurende onzekerheid, en waarin het brengen van offers een manier is om met die onzekerheid om te gaan?

Allereerst is een luisterend oor onmisbaar. Niet om alles goed te keuren, maar om werkelijk te begrijpen welke vragen en verlangens er leven. Achter praktijken als offerrituelen en het omgaan met een geestenwereld schuilt vaak geen nieuwsgierigheid of een bewuste zoektocht naar het occulte, maar een oprecht en diep verlangen naar bescherming, betekenis en rust. Wie dat verlangen niet serieus neemt – of het zelfs minachtend wegzet als bijgeloof – zal uiteindelijk weinig te zeggen hebben.

Daarnaast vraagt het om duidelijkheid. Want het Evangelie bevestigt het wereldbeeld van de Venezolaanse cultus niet. In dat wereldbeeld zijn mensen zélf verantwoordelijk voor het herstellen van de breuk. Juist daar klinkt het bevrijdende woord van het Evangelie: niet de mens, maar God heeft het initiatief tot verlossing en heling genomen. Daarom kan het Evangelie niet eenvoudig worden ingepast in bestaande religieuze praktijken. Het voegt zich niet naar het systeem, maar brengt een ingrijpende verandering met zich mee. God komt mensen tegemoet in hun concrete leven, maar met Zijn eigen boodschap – een boodschap die corrigeert én bevrijdt.

"De Heere Jezus heeft het beslissende, ultieme offer gebracht – en dat is genoeg"

Voor een gereformeerde zendeling uit Nederland vraagt dat om geduld, nabijheid en theologische helderheid. Geen snelle oplossingen, alsof het voldoende is een Bijbel uit te delen en een preek te houden. Het gaat om het wijzen van een weg waarop mensen stap voor stap ontdekken dat hun zekerheid niet ligt in wat zij doen, maar in wat Christus heeft gedaan. Dat is geen gemakkelijke weg. Bovendien zal zendingswerk niet uitlopen op een kopie van de kerk zoals wij die kennen. Mensen leven nu eenmaal in een andere context, met eigen vragen en worstelingen. Het Evangelie spreekt hen daarom op een andere manier aan dan ons. Maar juist daarin mogen we elkaar tot zegen zijn. Want hoe verschillend de vormen ook zijn, de kern blijft dezelfde: Jezus Christus, en Die gekruisigd.

Dankbaarheid

De ontmoeting met deze Zuid-Amerikaanse cultus heeft mijzelf een spiegel voorgehouden. De apostel Paulus roept ons in Romeinen 12 op om ons leven aan de Heere te wijden als een levend offer. Om ons leven in Zijn dienst te stellen; ‘offers’ te brengen uit dankbaarheid. Concreet betekent dat: onze gaven inzetten, ons beschikbaar stellen voor het werk in Zijn Koninkrijk, op de plaats waar Hij ons stelt.

Maar juist dáár werd ik persoonlijk geraakt. Want soms verschillen wij – of in elk geval ik – minder van de aanhangers van de María Lionza-cultus dan ik zou denken. De offers die wij uit dankbaarheid behoren te brengen, kunnen ongemerkt verschuiven. Heel subtiel sluipt het erin dat we toch weer dingen gaan doen om God gunstig te stemmen. We gaan vertrouwen op wat wij voor Hem betekenen: ons vrijwilligerswerk in de kerk, het dragen van een ambt, het geven aan de collecte, onze inzet en betrokkenheid. Daarom dringt de eerlijke vraag zich op: doen we deze dingen werkelijk uit dankbaarheid? Of hopen we er – diep vanbinnen – toch iets mee te verdienen?

Het Goede Nieuws dat in Venezuela moet klinken, is in wezen hetzelfde als de boodschap voor ons in Nederland. Wij mogen leven in de rust dat wat Christus heeft gedaan voldoende is. Wij hoeven niets bij te dragen aan onze zaligheid. Wat wij doen, doet daar niets aan toe. Onze inzet is geen voorwaarde, maar een antwoord. Geen poging om God te bewegen, maar een reactie van dankbaarheid op wat Hij heeft gedaan.

Waar de Heere Jezus werkelijk centraal staat, wordt het offeren geen last, maar een vreugde. Geen noodzaak uit angst, maar een antwoord uit liefde. Omgaan met offers is ten diepste omgaan met God.

Geschreven door Jack Beaujon naar aanleiding van de TUA-bachelorscriptie ‘Mariá Lion-za en Herman Bavinck; een geestig gesprek…’ onder begeleiding van dr. J. van ’t Spijker.

Weergaven: 0