Skip to main content

Laten we maar niet om de hete brij heen draaien. Het kan tijdens een eredienst in de zomer echt heel warm worden in een kerkgebouw. Ik weet het wel, het ene kerkgebouw is het andere niet. Het lukt me niet altijd om zonder jaloerse blikken te kijken naar functionele kerkgebouwen met klimaatbeheersing. Ook kan ik niet zeggen onbewogen te blijven bij – vaak terloopse – opmerkingen van mensen die in zo’n gebouw ‘totaal geen last’ van de warmte hebben.

Ik begrijp mijn jongens eigenlijk gewoon heel goed. Het is ook op het eerste gezicht niet aantrekkelijk om een lange tijd stil te zitten in een warm kerkgebouw. Toch heb ik goede redenen om dat wel te doen, al worden die argumenten niet altijd door mijn zoons grif overgenomen.

Natuurlijk is het knap en soms ook helpend om in die warme omstandigheden relativerende opmerkingen te maken. Niet zelden worden broeders en zusters uit andere delen van de wereld onder de aandacht gebracht, om aan te geven dat er nog veel ergere omstandigheden kunnen zijn om samen te komen dan warmte. Argumenten die alleszins redelijk zijn, maar die mijn gevoel en ervaring niet altijd kunnen overtuigen.

"Het is ook op het eerste gezicht niet aantrekkelijk om een lange tijd stil te zitten in een warm kerkgebouw."

Soms kan het helpen om naar anderen te kijken. Anderen die schijnbaar moeiteloos de aandacht op de preek kunnen blijven houden. Dat zou mij toch ook moeten lukken? Als ik koortsachtig probeer me weer te focussen op de predikant, vraag ik me af hoe hij die warmte toch ervaart. Hoewel hij – letterlijk – een jasje uitgedaan heeft, moet het toch ook een extra opgave zijn om met deze omstandigheden de aandacht van de gemeente vast te houden.

Eindelijk lijk ik overtuigd; er zijn inderdaad anderen die het nóg warmer moeten hebben. Ik probeer erin te berusten. Totdat de dominee even stopt en met zijn hand naast zich tast. Even later zie ik het voor mijn ogen gebeuren. De gevallen stilte lijkt het moment nog extra te onderstrepen. Met een trage beweging wordt een glas water gepakt en langzaam leeggedronken. Verbeeld ik het me, of hoor ik daar nog de ijsklontjes tegen het glas rinkelen?

Weergaven: 0