Studenten aan de TUA weten het wel: lukt je studie even niet, heb je een vraag of moet je gewoon even je hart luchten? Advies of een luisterend oor zijn te vinden bij Wilma, in haar kantoortje naast de voordeur. Maar nu, na 46 jaar, is de tijd gekomen dat studieadviseur Wilma van der Zande met pensioen gaat. Dat is even wennen, voor zowel de studenten als voor Wilma zelf: “Van het voorjaar had ik er echt nog geen zin in, maar je groeit ernaartoe.”
Wilma begon op de TUA – destijds nog een hogeschool – als receptioniste en telefoniste. Er was nog heel weinig personeel, alleen de conciërge en zijzelf. Het was haar taak om de administratie en een studentenvolgsysteem op te zetten en om de PR te verzorgen. “Het was echt pionieren en alles zelf uitvinden; dat was echt heel erg leuk. Daarvoor bestond dat allemaal gewoon nog niet, maar nu is dit alles niet meer weg te denken van de universiteit.” Uiteindelijk heeft Wilma drie functies vervuld binnen de TUA: universiteitssecretaris, studieadviseur en persoonlijk begeleider. In 2008/2009 heeft ze bijvoorbeeld nog de opleiding ‘Supervisie/coaching’ gedaan om studenten beter te kunnen begeleiden op het persoonlijke en sociale vlak. Hieruit zijn de colleges ‘Persoonlijke en Professionele Vorming’ voortgekomen, gegeven door Wilma.
Wilma is bij de TUA terechtgekomen dankzij een van de dames bij wie haar moeder altijd schoonmaakte. Zij had de advertentie met de vacature aan haar moeder gegeven, omdat ze dacht dat deze baan wel iets voor Wilma zou zijn. Dat dacht Wilma zelf ook, dus solliciteerde ze. Dat was geen willekeurige keuze: “Ik had altijd al het idee dat ik dienstbaar wilde zijn in Gods koninkrijk, ik wilde iets kunnen betekenen voor mensen. Bij de Theologische Universiteit is dat het geval.”
"Studenten blijven studenten en dat is gewoon leuk"
Veel groei
Toen Wilma op de TUA kwam, telde de ‘school’ al meer dan honderd studenten, maar de onderwijscultuur is in de jaren erna erg veranderd en veel complexer geworden. Vroeger ging alles veel gemoedelijker, vertelt Wilma: er was weinig toezicht vanuit de overheid, er waren maar een aantal docenten en hoogleraren, aan PR werd nauwelijks gedaan (een keer per jaar was er een avond voor belangstellenden) en studenten moesten de uitslag van tentamens door docenten laten bijschrijven in een tentamenboekje. Die tentamens werden vaak thuis bij de hoogleraren mondeling afgenomen. Tegenwoordig is er een digitaal studentenvolgsysteem, waar Wilma precies kan zien welke studenten welke tentamens hebben gedaan en wat hun resultaten zijn. Daarnaast zijn er ook verschillende soorten studenten gekomen: naast de voltijd inschrijvingen zijn er promovendi, contractanten en tweede inschrijvingen. Dat alles brengt natuurlijk ook meer werk met zich mee. Door de jaren heen heeft Wilma op eigenlijk alle vlakken veel groei gezien.
Ook de context waarin studenten studeren, heeft Wilma erg zien veranderen, en dat heeft veel invloed op hen. De wereld van nu is gecompliceerder dan vroeger. De studenten van toen woonden bijna allemaal in Apeldoorn, alleen de oudere studenten die al een gezin hadden woonden elders. Bijna alle studenten waren ook lid van P.F.S.A.R., de studentenvereniging die huist op de zolder van de TUA, en dat is nu ook niet meer zo. De TUA was destijds een heel hechte gemeenschap. Dat is nog steeds zo, maar toch op een andere manier. De TUA-gemeenschap is veel diverser geworden. Er zijn ook meer studenten die psychische druk en problemen ervaren. Tegenwoordig zijn mensen daar opener over, maar Wilma ziet ook dat studenten nu veel meer ballen in de lucht moeten houden. De studiefinanciering was vroeger beter geregeld. Studenten konden er op een gegeven moment naast hun studiekosten vaak ook hun kamer mee betalen en dat is vandaag de dag echt ondenkbaar. De keuzes die studenten moeten maken zijn ook enorm toegenomen. Bijvoorbeeld: waar ze eerst uit een beperkt aantal studies konden kiezen, zijn dat er nu veel meer. Maar bij al die veranderingen zijn de studenten zelf volgens Wilma niet zoveel veranderd: “Studenten blijven wel studenten en dat is gewoon leuk.”
Erelid
Wilma vindt het lidmaatschap van P.F.S.A.R. een belangrijk onderdeel van de studietijd aan de TUA. Dat is niet verplicht, maar ze raadt het nieuwe studenten wel aan. Studenten leren op zo’n studentenvereniging vaak met een grap en een grol sociale vaardigheden en hoe je op een goede manier met elkaar communiceert. Daarnaast gaat een netwerk opbouwen via een studentenvereniging nu eenmaal makkelijk. Ze vond het een hele eer toen ze bij haar 25-jarig jubileum aan de TUA tot erelid van P.F.S.A.R. werd benoemd.
"Het is echt een proces van loslaten, maar het is wel goed"
Tijdens ons gesprek, iets minder dan een maand voor haar afscheid op de TUA, vertelt Wilma dat ze nog steeds alle dagen met heel veel plezier op de TUA werkt. Dat maakt het moeilijk om weg te gaan, maar aan de andere kant begint het nu ook te komen dat ze zin krijgt in nieuwe uitdagingen en ervaringen. Ze heeft heel bewust de groep studenten die dit jaar in september is begonnen al overgedragen aan degene die haar opvolgt als studieadviseur. “Het is echt een proces van loslaten, maar het is wel goed.” Wat ze vooral gaat missen, zijn de studenten en de vele contacten die ze nu heeft. “Ik heb het vertrouwen dat studenten blijkbaar toch altijd in je stellen enorm gewaardeerd.” Ze ziet haar afscheid ook niet als een definitief afscheid. Ze zal de TUA zeker blijven volgen en ook af en toe langskomen, want “dat kan ik toch niet laten”.
Terugkijkend op haar loopbaan is Wilma vooral God dankbaar dat ze dit werk heeft mogen doen, dat Hij haar de capaciteiten daarvoor heeft gegeven en dat ze altijd de gezondheid en energie voor haar werk heeft gehad. “Ik heb gewoon een prachtige tijd gehad, met prachtige mensen.” Voor na haar pensionering heeft ze al genoeg plannen om weer bezig te gaan, want stilzitten is niets voor haar. Ze hoopt vrijwilligerswerk te gaan doen en het archief van de TUA op te ruimen. Natuurlijk gaat ze niet alleen maar werken: ze kijkt ook uit naar de vrijheid die ze zal hebben om nieuwe ervaringen op te doen.




