Skip to main content

‘Jezus zei tegen haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen’

Johannes 2:4

Afgewezen worden is niet leuk. Je staat alleen en voelt je in de steek gelaten. Je bood je diensten aan en bedoelde het zo goed. Maar je bent niet nodig en nu sta je daar maar.

Maria wordt ook afgewezen, door haar Zoon.

Ze zijn samen op een bruiloft. Wat is er mooier dan een bruiloft? Het is een herinnering aan de schepping waar Eva door de HEERE God aan Adam werd gegeven. Zo is het leven goed.

Mannen en vrouwen hebben een beetje hun eigen feest. De vrouwen vaak in een ruimte dichter bij de keuken. En daar gaat het mis.

Maria is de ruimte van het mannenfeest binnengekomen en naar Jezus toegelopen. Dan moet er iets aan de hand zijn. En er is ook iets aan de hand: de wijn is bijna op. Dat betekent dat er nu vreugde en blijdschap is maar dat ze op het punt staan om een dieptepunt in de dorpsgeschiedenis mee te maken. De mensen zullen weggaan zonder veel te zeggen. Maar de bruidegom, nu nog het stralende middelpunt, hij zal nog jarenlang worden nagewezen. Ja, hij was het: hij zorgde niet goed voor zijn gasten, had geen wijn. De schande sluipt al door het huis. Maria wil die ramp voorkomen en fluistert haar Zoon in het oor. Hij zal wel iets kunnen doen!

Vrouw, zegt Jezus. Daarmee schept Hij afstand tussen Zijn moeder en zichzelf. Het is op zich een respectvolle begroeting – maar niet voor je moeder. Bruusk doorbreekt Jezus de vertrouwdheid van moeder en kind. En dan zegt Hij, ja wat zegt Hij eigenlijk? De HSV vertaalt (net als de SV): wat heb Ik met u te doen? Dat is een interpretatie, een die heel onvriendelijk klinkt. Wat wilt u van me? Zo vertaalt de NBV. Dat klinkt wat vriendelijker, maar het is ook een interpretatie. Wat is er voor Mij en voor u, vrouw? Dat staat er letterlijk.

"Jezus’ weg leidt tot verheerlijking – maar niet zo. Niet als middelpunt van een feest."

Waar gaat het om? Volgens mij scheiden zich hier de wegen. Dit feest wordt het begin van Jezus’ tekenen (vers 11); het wordt ook het einde van iets. De natuurlijke banden worden doorgesneden. De banden waarin een moeder haar zoon aanspoort. De Zoon maakt zich los van Zijn moeder – omdat Hij Zijn weg alleen moet gaan.

Die weg leidt tot verheerlijking – maar niet nu. ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Jezus’ weg leidt tot verheerlijking – maar niet zo. Niet als middelpunt van een feest. Hij gaat Zijn weg alleen en die weg voert naar het kruis.

Zou het zo kunnen zijn dat Maria’s liefdevolle aansporing een verzoeking is? Jezus’ weg leidt wel naar de bruiloft, de bruiloft waarop God weer bij Zijn mensen zal wonen (Openb. 19:7-9). Het verbond van Adam, Eva en de Heere God zal worden hersteld. Maar nog niet op déze bruiloft.

Wij hebben ook zo veel adviezen aan de Heere God. Wij zien wat er mis is in deze wereld, bij onze kinderen, in ons eigen hart. De wijn is op. En we fluisteren het God in Zijn oren.

Maar wij worden afgewezen in Gods heilswerk. Jezus gaat alleen de weg. Pijnlijk voor ons, die het zo goed bedoelen. Hij gaat Zijn weg en op Zijn tijd en Zijn wijze zal de grote bruiloft beginnen.

Maria wordt afgewezen – en toch ook aangenomen. Aan het kruis ontvangt Maria Johannes. Zo wordt zij van moeder lid van de gemeente onder het kruis. En daar is Jezus haar en ons zeer nabij.

Weergaven: 0