Een meditatie over Mattheüs 21:15 en 16
Jezus aanvaardt de lof uit de mond van kinderen
De Heere Jezus is op het tempelplein. Gisteren is Hij op een feestelijke manier Jeruzalem binnengehaald. Enthousiast zongen de mensen woorden uit Psalm 118: ‘Hosanna, de Zoon van David. Gezegend is Hij die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen!’ En vandaag – en dag later – nemen kinderen op het tempelplein deze lofzang spontaan over. Ze zien de Heere Jezus en roepen Hem toe: ‘Hosanna, de Zoon van David!’
Hosanna
Wat zingen die kinderen eigenlijk? ‘Hosanna’ betekent: Heere, geef nu heil, geef nu verlossing. Het is een smeekgebed, zoals het in de Psalmen voorkomt. Een gebed van een volk in verdrukking of een gelovige in nood, gericht op Hem die heil kan geven. Of deze kinderen de diepte van dit gebed begrijpen? Waarschijnlijk niet. Maar ze zingen het wel.
En ze adresseren deze bede aan ‘de Zoon van David’. Dat is een Messiaanse titel die de Heere Jezus inderdaad toekomt. Want Hij is de grote Zoon van David die Koning zal zijn over het huis van David. Daarom is Hij naar Jeruzalem gekomen. Om het offer van Zijn leven te brengen. De kinderen zingen dus de waarheid, de waarheid van het evangelie.
En daardoor krijgt de uitroep ‘Hosanna’ nog een tweede betekenis: een juichkreet voor Hem die in de weg van lijden, sterven en opstanding heil en verlossing brengt.
"Een loflied op Christus is tot eer van God, ook als het klinkt uit de mond van jonge kinderen."
Protest
Ondertussen is dit kinderlied overpriesters en schriftgeleerden een doorn in het oog. Het is een verstoring van de orde. En totaal ongepast voor die Rabbi uit Nazareth die op een ezel de stad inreed. Daarom vragen ze Jezus of Hij gehoord heeft wat de kinderen zingen. En ze bedoelen: Wat vindt U daarvan? Moet U er geen einde aan maken?
Nu, de Heere Jezus heeft dit kinderlied gehoord. Hij zal er geen einde aan maken. Integendeel. Hij aanvaardt dit loflied van de kinderen. Waarom? Omdat in Gods Woord staat dat God Zich lof bereidt uit de mond van jonge kinderen en zuigelingen. En dan citeert Jezus woorden uit Psalm 8. Wat zegt de Bijbel? Die vraag is voor onze Heiland beslissend. En het getuigenis van de Schriften is duidelijk: een loflied op Christus is tot eer van God, ook als het klinkt uit de mond van jonge kinderen.
Bemoedigend
Voor de Heere Jezus is deze lofzang een bemoediging. Hij is de laatste week van Zijn leven op aarde ingegaan en weet dat. Nog vijf dagen en dan zal Hij even buiten Jeruzalem aan een kruis hangen om het heil te verwerven. Ook voor deze kinderen. Want ook deze kinderen staan van nature buiten het heil en hebben de verlossing van de Messias nodig. En op weg naar dat kruis wordt de Heiland bemoedigd door een spontaan kinderlied.
Tegelijk is het ook pijnlijk. Want wie op dit drukke tempelplein weet nu echt Wie de Heere Jezus is? Vrijwel niemand. Hebben wij, die zo veel meer mogen weten dan deze kinderen, het wel geleerd? Dat we die Rabbi op een ezel nodig hebben? Dat we op Hem zijn aangewezen voor hulp en heil? Dan zingen we het in deze lijdenstijd de kinderen na: ‘Hosanna voor de Zoon van David.’ Als smeekgebed: Geef nu heil. En als juichkreet: Hosanna, want in U, grote Zoon van David, ligt het heil voor eeuwig vast.



