Dat in de rechtszaal van Zutphen twee partijen uit de CGK tegenover elkaar stonden, is verdrietig. Broeders van hetzelfde huis zouden het samen moeten kunnen oplossen. Dat was ook de christelijke gedachte van een burgerlijke rechter.
Rouw
Collega Schenau schreef begin juni, in een opiniebijdrage in de christelijke kranten, dat veel kerken tijd nodig zullen hebben om te rouwen. Het woord ‘rouw’ past inderdaad bij de verdrietige gevoelens over de kerk van dit moment. Wie voelt niet de pijn? Een breuk lijkt onafwendbaar. En we stonden als leden van één kerk nota bene tegenover elkaar bij de rechter. Wat Paulus in 1 Korinthe 6 daarover zegt, weten we allemaal.
Twee groepen?
Wie oppervlakkig kijkt, ziet op dit moment twee groepen kerkenraden vanuit het grondvlak naar wegen zoeken. Allebei de groepen willen graag het geheel van de CGK dienen. De ene groep is diep teleurgesteld over kerkelijke ongehoorzaamheid en zoekt wegen om zonder ongehoorzame kerkenraden het kerkelijk leven opnieuw op te bouwen. De andere groep is vooral teleurgesteld door het besluit dat er geen roepende kerk is aangewezen voor een volgende synode. Deze groep zoekt een weg om via de classes toch weer een roepende kerk aan te wijzen voor het geheel. Het risico op strijd tussen beide groepen is groot. Die strijd werd tot nu toe het meest zichtbaar in de rechtbank van Zutphen.
A of B?
Er zijn behoorlijk wat kerkenraden die (bij meerderheid) wel een keuze zouden willen maken voor een van beide groepen. Maar er zijn ook veel kerkenraden en gemeenteleden in allerlei varianten, die aarzelen of zij ooit wel bij een van beide groepen een goede plek kunnen vinden. Zij hebben bijvoorbeeld principieel moeite met vrouwelijke ambtsdragers en tegelijk principieel moeite met de gang van zaken op de synode waardoor geen roepende kerk is aangewezen. Bovendien is hun gemeente vaak niet eenduidig A of B. Dan is drie of vier maanden rouw niet voldoende om een positie te bepalen in een uit elkaar scheurende kerk.
Bedenktijd
Gelukkig heeft de rechter niet meteen een uitspraak gedaan. We hebben als kerken bedenktijd gekregen. Met daarbij het duidelijke advies om terug te komen op het synodebesluit om geen roepende kerk aan te wijzen. Laten we de komende weken met elkaar voor deputaten vertegenwoordiging bidden om wijsheid.
Minder verwoestend
Ik vind het moeilijk in De Wekker te schrijven over het uit elkaar gaan als kerken. Liever zag ik een weg van bekering en terugkeer in liefde naar elkaar in gehoorzaamheid aan de Schrift, de belijdenis en de kerkorde. Daar blijf ik voor bidden. Maar alles wijst erop dat het begin van een scheuring niet meer is te keren. Toch zou één nieuwe roepende kerk voor het geheel misschien nog kunnen helpen om de rafelranden van de scheur minder verwoestend te maken. Wanneer we willen scheiden zonder juridische strijd, én zonder dat middengemeenten in vertwijfeling de dupe worden, hebben we eerst samen nog veel te regelen.
"Ik vind het moeilijk in De Wekker te schrijven over het uit elkaar gaan als kerken"
Adviezen
Feitelijk heeft de burgerlijke rechter zich aangesloten bij de adviezen van kerkrechtdeskundigen. Mr. H. de Hek en prof. mr. dr. W.A. Zondag schreven in een advies aan deputaten vertegenwoordiging dat zij denken dat er veel juridische pijn kan worden weggenomen wanneer op de een of andere manier toch een roepende kerk wordt aangewezen. Ook prof. dr. H.J. Selderhuis adviseerde in die richting.
Zonde
Ondertussen denk ik dat we als CGK met elkaar veel reden hebben om schuld te belijden. Dat de kerken, die de afgelopen jaren in ongehoorzaamheid aan de kerkorde en synodale besluiten eigen wegen zijn gegaan, daartoe redenen hebben, zou wat mij betreft geen punt van gesprek hoeven te zijn. Tegelijkertijd lijkt het me niet mogelijk dat anderen in het kerkverband met de hand op het hart zeggen geen schuld te hebben aan de ontstane situatie. Dan zien we echt te weinig hoe verwoestend de zonde van verdeeldheid heeft doorgewerkt, ook in onze kerkelijke structuren en hoe dit weer heeft doorgewerkt in onze eigen opstelling en persoonlijkheid op veel momenten. Ook ondergetekende stemde bij verkiezingen voor de particuliere of generale synode regelmatig niet op een mij te ‘zware’ of ‘lichte’ bekwame collega.
Schuldbelijdenis
Wanneer we met elkaar eerlijk nagaan wat er mis is gegaan in ons gezamenlijke kerk-zijn de afgelopen decennia, hebben we allemaal reden om in schuld en schaamte diep ons hoofd te buigen. Het zou mij veel waard zijn wanneer we dat in de komende tijd eens eerlijk en zonder bijbedoeling aan elkaar en aan de Koning van de Kerk belijden. Zou een officieel moment van gezamenlijke schuld belijden, met een gebed om bekering, ook niet kunnen helpen? Alleen voor zo’n gezamenlijk moment van schuldbelijdenis zou een roepende kerk al van betekenis kunnen zijn.
"Dan zien we echt te weinig hoe verwoestend de zonde van verdeeldheid heeft doorgewerkt"
Woorden doen ertoe
In gesprekken tussen broeders en zusters klinken woorden als ‘machtsgreep’ en ‘coup’. Het oordeel over elkaar is van twee kanten regelmatig behoorlijk hard. Niet alleen in de rechtszaal. Dat gebeurt ook in gesprekken op het kerkplein, op verjaardagen en in e-mail. Aan mezelf merk ik hoe gemakkelijk je daarin meegaat. De kerk, waarin je bent opgegroeid en waarin je gelovend een persoonlijke weg bent gegaan, is onderdeel van wie je bent. Zomaar voel je jezelf ook persoonlijk aangevallen en gekwetst. Hoe de weg ook loopt, wat de huidige bedenktijd ook oplevert, laten we alsjeblieft in de weg die we op de een of andere manier toch moeten gaan, een beetje op onze woorden letten. We blijven elkaar immers tegenkomen.
Risico
‘Bezint eer ge begint.’ Deze woorden citeer ik uit het rapport van de commissie, die in 2024 een convent voorbereidde. Een eventuele nieuwe roepende kerk en daarna een nieuwe gezamenlijke synode zal onder grote druk komen te staan. Theologische en kerkrechtelijke messen zullen worden geslepen in allerlei groepen en verbanden dwars door de kerken heen. Zou het lukken om, in voorbereiding op de eventuele ontbinding van een kerkverband, los te komen van het zoeken van deelbelangen? Is het mogelijk om in deze nieuwe werkelijkheid toch met het oog op Christus en Zijn gemeente het geheel te dienen? Het risico van opnieuw een moeilijke synode met een vrijwel eindeloze agenda is groot.
Convent
Daarom zou ik een pleidooi willen voeren voor opnieuw een convent van 181 kerken voorafgaand aan die eventuele synode. Op zo’n convent zou onder goede leiding en na breed advies nagedacht kunnen worden over wat echt nog besproken moet worden. Hoe dan ook zal een nieuwe gezamenlijke synode geen gewone synode zijn. Voor ontmoeting en vergadering hebben we vormen nodig die dienstbaar zijn aan de huidige situatie. Daarover moet je op de een of andere manier al in gesprek zijn geweest voordat er daadwerkelijk een nieuwe synode is. We hebben dus nog wel een hele weg te gaan. Maar dat is dan ook wel het minste wat Christus van ons samen vraagt in de huidige situatie.




