Wat kun je als ouders genieten van een blij en tevreden kind. Maar wat als hij boos is, bij tijden woedend? Een verslag van een moeder die daarin door de jaren heen wat heeft bij- en afgeleerd.
In de kraamtijd kun je al iets leren over het karakter van je kind, en zelfs over boosheid. Er kwam een door de wol geverfde verloskundige langs die van aanpakken wist. Ik was daar blij om, want ze zou me van de borstvoedingsperikelen afhelpen. Ze pakte de baby stevig bij kop en kont en dwong het kind goed te happen. Babylief werd kwaad om deze – in haar beleving ruwe – behandeling en maakte dat duidelijk op alle manieren die ze tot haar beschikking had: met haar stem en met haar houding. Wat was ik blij met die reactie. Ik vroeg me – niet hardop – af of de verloskundige niet iets rustiger te werk kon gaan, maar ik hoefde het niet voor m’n kind op te nemen. De pasgeborene kwam voor zichzelf op. Het was duidelijk dat ze deze aanpak niet voor zoete koek slikte. De doorgewinterde verloskundige kon onverrichterzake het huis verlaten. De perikelen waren niet voorbij, maar ik had met eigen ogen gezien dat je kind op deze manier ergens toe dwingen in ieder geval niet het gewenste effect opleverde.
En die les ben ik nooit vergeten. Opvoeden is een samenspel waarin de ouder de leiding heeft. Daar had ik eerder aan kunnen denken toen ik met een peuter zat die niet wilde wat ik wilde. Het is niet moeilijk om beiden gefrustreerd te raken. En dat gebeurde dan ook. De kleine zelfstandige haalde vrolijk iedere dag de wasmand leeg en ik werd daar steevast iedere dag boos om. Tot ik een keer in de spiegel keek en zag hoe verwachtingsvol die kleine zelfstandige naar me keek. Ziet mama wel wat ik doe? Kan ik haar weer boos krijgen? En toen wist ik wat me te doen stond: negeren die wasmand. De pret bij de peuter verdween als sneeuw voor de zon. De pret zat hem blijkbaar in mijn reactie, niet in de activiteit zelf.
"Opvoeden is een samenspel waarin de ouder de leiding heeft"
Ik wilde m’n kind leren om te gehoorzamen, maar moest ook leren dat een kind een eigen wil heeft. En ik moest me afvragen wat voor mij belangrijke punten waren. Ik kon niet op alle slakken zout leggen. Later las ik dat ik me dan af had kunnen vragen: wat wil het kind, wat wil ik en waar botsen die twee? Als ik dat op deze situatie toepas: ten diepste wilde ik het vooral gezellig hebben met m’n kinderen en wilde ik ze ook gehoorzaamheid leren en ze ook leren hun eigen spullen op te ruimen. Het kind wilde vooral kijken hoe belangrijk dit voor mij was.
Een andere vraag die ik mezelf had kunnen stellen, is of het ongewenst of onacceptabel gedrag was. Nou, er was geen gevaar voor wie of wat dan ook, ongewenst dus. Dan wist ik dat het geen kwaad kon om gewoon een keer een andere kant op te kijken. We waren in een machtsstrijd verwikkeld en ik moest als ouder de verstandigste zijn en de negatieve spiraal doorbreken.
Maar ja, is boosheid voorkomen het hoogste goed? Nee, je mag je kind ook leren dat boosheid goed en zelfs bijzonder gewenst is. De Bijbel is daar een prachtige bron voor. Neem er eens een week de tijd voor. Iedere avond vraag je na het eten of bij het naar bed gaan aan je kind: ken je iemand uit de Bijbel die boos was? Het leven van de Heere Jezus spreekt boekdelen. Samen lees je dan dat gedeelte en bespreek je daarna de vraag: was de boosheid goed of fout?
Als je kinderen al wat ouder zijn, kun je er tijdens het eten ook gewoon eens over beginnen. Wat maakt jou echt boos? En dan is het leuk om het rijtje af te gaan. Van sommige gezinsleden zal iedereen het antwoord al weten, omdat die uiting geven aan hun emoties. Er zijn er wellicht ook die vanbinnen wel boos zijn, maar dat niet laten merken. Juist voor hen kan het goed zijn om het open te gooien.
"Ik zou me pas grote zorgen gaan maken als m'n kind nooit boos was"
Rustig blijven als er een spelletje door de kamer vliegt, vind ik niet makkelijk. M’n eerste reactie was: nou, laat maar. We doen geen spelletjes meer als het zo moet. Kindercoach Tea Adema moedigde me in een YouTube-filmpje juist aan om door te gaan. En hoe leuk is het dan om te zien dat de – wat mij betreft ongewenste – woede minder vaak de kop opsteekt of zelfs uitblijft.
Via een stageschool kregen we pas nog een prachtig voorbeeld van goede boosheid. In een klas werd gepest. Door ziekte kwam er een invalleerkracht. Onze dochter registreerde de verschillen tussen de leerkrachten. De invaller maakte zich echt boos om het pestgedrag en deed alles wat in haar macht lag om het te stoppen.
Je kunt je zorgen maken om de uitbarstingen van je kind. En dat kan heel terecht zijn. Je staat voor de uitdaging om je kind te leren z’n emoties te reguleren, zoals dat zo mooi heet. Ga er maar aan staan. Bespreek het gerust eens met andere ouders. Twee weten meer dan een.
Ik zou me pas grote zorgen gaan maken als m’n kind nooit boos was. Heeft hij wel geleerd om te uiten wat er in hem leeft? Durft hij te voelen wat hij voelt? Als je zo’n kind kent, bekommer je gerust een beetje extra om hem.
Welk voorbeeld geef ik m’n kind? Als ik vaak boos ben, moet ik mezelf oefenen in zelfbeheersing. En waar wind ik me dan het meest over op? Als het over kleine dingen gaat, wordt het tijd dat ik mezelf iets minder serieus ga nemen.
Wat zijn kinderen gezegend als ze ouders hebben die vanuit liefde opvoeden en boos zijn als dat goed is voor de kinderen. Ze vertonen dan immers het beeld van de hemelse Vader.


