Skip to main content

Het vorige artikel ging kort in op de betekenis van schepping, zondeval, verlossing en voltooiing voor ons denken over gender (d.w.z. over onze beleving van man- of vrouw-zijn). Wat betekent dit voor een ethische beoordeling van de medische behandeling van genderdysforie?

Ook nu is er slechts ruimte voor enkele gedachten. Het onderwerp is complex en het betreft mensen die ernstige problemen ervaren. Ik probeer beknopt aan te geven wat het denken vanuit vier de brandpunten van de heilsgeschiedenis (schepping, zondeval, verlossing en voltooiing) betekent voor de vraag wat verantwoorde zorg is, zonder binnen dit bestek expliciet de verbanden aan te wijzen.

Medische behandeling
Centraal staan hierin medische ingrepen waarmee men probeert het lichaam uiterlijk aan te passen aan het beleefde geslacht (transitie). Allereerst: het lijden en de klacht van mensen met genderdysforie moet heel serieus genomen worden. Maar de gedachte dat het ‘echte’ geslacht het beleefde geslacht, dus iemands gender is, verraadt een dualistische mensvisie met de zelfbeleving als identiteitsbepalend. Gevolgen van de zondeval worden dan tot norm.

Wel wil ik onderscheid maken tussen mensen die vanaf hun vroege kinderjaren sterk het gevoel hadden dat er bij hen ‘iets niet klopte’, en kinderen die kort voor of tijdens de pubertijd problemen beginnen te ervaren met het geslacht van hun lichaam en de daarbij passende rol (hun gender).

Van eerstgenoemde, zeer beperkte groep blijkt een deel zich na een sociale transitie (zich gaan gedragen als iemand van het andere geslacht) met soms een gedeeltelijke, soms een ‘volledige’ geslachtsaanpassing, minder ongelukkig te voelen. Met de uiterst ingrijpende behandelingen in een gezond lichaam met vaak complicaties en levenslange afhankelijkheid van medische zorg, blijf ik ethische problemen houden. Ook de gevolgen voor relaties, m.n. in gezin, kerk en werkomgeving pleiten voor grote reserve tegen transitie. Wel wil ik bepleiten om, zonder de beslissing bij te vallen, mensen in die situatie te blijven ondersteunen (zie volgende artikel).

"Het is heel belangrijk om jongeren die psychische problemen ervaren, in een vroege fase laagdrempelige begeleiding en hulp aan te bieden"

Transitie bij adolescenten
Bij de medische behandeling van kinderen vanaf beginnende pubertijd heb ik grote ethische bezwaren tegen transitie. In de eerste plaats zijn die gevoelens vaak mede verbonden met andere psychische en psychosociale factoren zoals autisme, traumatische ervaringen (vanwege grensoverschrijdend gedrag, pesten en dergelijke), angst, suïcidaliteit, soms van verdrongen homoseksualiteit. In de tweede plaats blijken, zeker wanneer daaraan aandacht wordt geschonken, bij een groot deel van die jongeren het genderonbehagen na een aantal jaren te verdwijnen. Een benadering van dergelijke jongeren waarin men de problemen vooral wijt aan het genderonbehagen en relatief snel behandeling met puberteitsremmers (zie deel 1) aanbiedt, behelst een groot risico op onnodige transitie-ingrepen. Maar enkele jaren toediening van puberteitsremmers gaat gepaard met onvruchtbaarheid en andere aanzienlijke gezondheidsrisico’s. Kunnen tieners de gevolgen van een dergelijke beslissing wel voldoende overzien?

Het is heel belangrijk om jongeren die psychische problemen ervaren, in een vroege fase laagdrempelige begeleiding en hulp aan te bieden. Dit kan verergering voorkomen.

Weergaven: 0