Onze puberzoon (14 jaar) heeft weinig aansluiting in de kerk en gaat met steeds meer tegenzin mee. Wij voelen ons sterk verbonden met onze gemeente, mijn man is ambtsdrager. Onze zoon trekt steeds meer toe naar een gemeente van meer evangelische snit in de buurt. We vinden hem eigenlijk nog te jong om zelfstandig voor een andere kerk te kiezen, maar willen ook niet dat hij bij het geloof vandaan groeit. Om als gezin over te stappen willen we niet. Wat moeten we doen?
Vrouw, 43 jaar
Dat de situatie met jullie zoon een dilemma oplevert, is te begrijpen. Toch is het misschien goed om te beginnen aan de kant van de zegeningen. Dat jullie zoon op 14-jarige leeftijd zelf het initiatief neemt om naar een andere gemeente te gaan, getuigt ook van iets goeds. In plaats van protesteren omdat hij niet naar de kerk wil, heeft hij zelf een alternatief gezocht waar hij de Heere kan ontmoeten in een kerkdienst. Misschien heeft hij in de andere kerk wel aansluiting gevonden bij andere jongeren die ook geloven. Op deze leeftijd is dat voor jongeren vaak heel belangrijk.
Het is goed om hem ernaar te vragen wat hij mooi vindt in de andere gemeente. Als het lukt (het is een puber 🙂 ) om daarover met hem te spreken, dan kan dat ook een opening zijn voor een geloofsgesprek.
Je wilt heel graag dat hij blijft geloven. Je vindt hem eigenlijk nog te jong om zelfstandig een andere kerk te kiezen. En jullie willen niet als gezin overstappen naar een andere gemeente. Je kunt deze overwegingen met hem delen en dan samen met hem nadenken over mogelijke wegen. Hij is misschien te jong om zelfstandig voor een andere kerk te kiezen. Hij is misschien wel oud genoeg om samen met jullie goede afwegingen te maken.
"Het is goed om als gezin samen het geloof te delen."
Een ander aspect kan zijn hoe jullie als gezin hiermee omgaan. Het is goed om als gezin samen het geloof te delen. Het mooiste is dat daar ook gezamenlijke kerkgang bij hoort. Dat helpt ook om met elkaar te kunnen spreken over wat er in de kerkdienst gebeurde. Misschien kunnen jullie afspraken maken over hoe vaak hij met jullie meegaat en zouden jullie ook wel eens naar de kerk kunnen gaan waar hij graag heen gaat. Dan houd je in het gezin de gedeelde ervaring van de kerkdienst, terwijl het niet betekent dat jullie zelf de overstap naar een andere kerk hoeven maken. Het zou kunnen zijn dat jullie zoon daar ook niet om vraagt.
Misschien krijgen jullie van andere gemeenteleden vragen over de afwezigheid van jullie zoon. Wanneer dat passend is, kan openheid over jullie omgang hiermee een goede mogelijkheid zijn. Dat geeft misschien ook meteen openingen voor onderlinge steun en meeleven, want jullie zullen niet de enigen zijn die soms worstelen met de geloofsopvoeding van een puberzoon of -dochter.
En tot slot, dat is het allerbelangrijkste. Breng dit in gebed voor de Heere. Geen kind is hetzelfde. God kent ook jullie puberzoon. Jullie houden van hem en de Heere God nog meer. Jakobus schrijft dat als iemand in wijsheid tekortschiet dat je die van God mag vragen, ‘die aan een ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt en ze zal hem gegeven worden’ (Jak. 1:5).


