Skip to main content

Jongeren zijn niet de kerk van de toekomst maar de kerk van vandaag. Deze overtuiging heeft gevolgen voor de manier waarop we jongeren inschakelen in de kerk. Zijn ze passief aanwezig in de gemeente totdat ze als volwassenen echt mee kunnen doen? Of kunnen ze echt meedenken, meedoen en de gemeente als oefenplaats ervaren?

In hun boek Generatie zelfvertrouwen. De ontwikkeling van een gezond zelfbeeld bij jongeren stellen Eveline Crone en Renske van der Cruijsen de vraag: ‘Waarom kan de samenleving niet zonder de inbreng van jongeren?’ Zij stellen dat de samenleving de inbreng van jongeren niet kan missen. Deze overtuiging onderbouwen zij vanuit de ontwikkelingspsychologie. De prefrontale cortex, het gebied in de hersenen dat vaak geassocieerd wordt met rationele, verstandige langetermijnbeslissingen, is tot ongeveer het 25ste levensjaar in ontwikkeling. Geen wonder dat jongeren en jongvolwassenen de hulp van volwassenen nodig hebben voor moeilijke afwegingen. Maar daarmee is niet alles gezegd. ‘Een rationeel brein is misschien in negentig procent van de gevallen handiger omdat je dan sneller en efficiënter van A naar B gaat. Maar in de andere tien procent van de gevallen helpt het misschien juist wel als je hersenen nog als kronkelwegen werken en je daarmee sneller via ongebaande wegen kunt denken. Niet voor niks doen grote organisaties vaak een beroep op jongerendenktanks’ (blz. 201 v.). Jongeren zijn nodig voor beleid omdat ze vaak creatiever denken dan volwassenen.

Participatie
Als ze gelijk hebben, waarom worden jongeren dan zo weinig ingeschakeld in de kerk? Natuurlijk, er is jeugdwerk en er zijn taken die door jongeren uitgevoerd worden, bijvoorbeeld in de eredienst. Maar is dat voldoende jongerenparticipatie? In het boek Samen jong. Kernwaarden van een kerk met alle generaties wordt een participatieladder omschreven (blz. 88). Onder aan de ladder staat ‘manipuleren’: jongeren worden gebruikt voor een actie van volwassenen zonder uitleg. Voorbeeld: ga maar collecteren, dan ben je meer betrokken. Op zich goed, maar nog geen echte participatie. Hoger op de ladder komen participatie en verantwoordelijkheid dragen aan de orde, zoals het raadplegen van jongeren, laten meebeslissen en verantwoordelijkheid geven. Dat is volwassen participatie voor jongeren.

"Waarom luisteren we niet meer naar jongeren en maken we gebruik van de nog niet platgetreden paden in hun brein?"

Jongeren moeten niet alleen luisteren en onderwezen worden totdat ze volwassen genoeg zijn om belijdenis te doen en dan als belijdende leden verantwoordelijkheid te dragen. Dat kan al veel eerder. Jongeren zijn niet alleen maar onderweg naar de volwassenheid. Wie dat als uitgangspunt heeft, zal eigen inbreng van jongeren vooral toetsen aan de wijsheid, en misschien ook wel de gewoontevorming, van de volwassen leden van de gemeente. Waarom luisteren we niet meer naar jongeren en maken we gebruik van de nog niet platgetreden paden in hun brein? Natuurlijk is de wijsheid van volwassenen van groot belang, maar de jongeren maken deel uit van de gemeente, niet pas als ze de grens van de volwassenheid gepasseerd zijn.

Oefenplaats
Een pastor uit Singapore schrijft over jongeren en leiderschap: ‘Leiderschap kun je vergelijken met het beoefenen van een sport, zoals voetbal. Onze huidige manier van leiderschap doorgeven in de kerk is alsof we jongeren tot hun 25e levensjaar naar voetbal laten kijken en dan verwachten dat ze daarna sterspelers zullen zijn. Leiderschap heeft, net als voetbal, training nodig. Je moet het doen en gaandeweg leren. Er is zelfs meer nodig dan alleen training en onderwijs. Je moet ook wedstrijden spelen om het ook voor het “echie” te doen. Daarom is leiderschap in de kerk niet iets voor de toekomst, maar iets waar kinderen al van jongs af aan in kunnen groeien. Leiderschap is niet een eindstation dat je na training behaalt, maar een sport die je al van jongs af aan doet en waar je in groeit’ (Samen jong, blz. 82).

Is de gemeente echt een oefenplaats, ook voor jongeren? Het maakt uit hoe je naar de kerkelijke gemeente kijkt. De gemeente is een oefenplaats van genade. Het is voor jongeren ook de plaats om te leren omgaan met groeiende verantwoordelijkheden. Daarbij mag de angst dat iets niet perfect gaat de mogelijkheid om te oefenen niet in de weg staan.

Jozef
Er komen in de Bijbel veel jongeren voor. Een van hen is Jozef, een jongere van 17 jaar oud (Gen. 37:2). Hij groeit op in een disfunctioneel gezin met veel jaloezie. Moeders die wedijveren om kinderen te krijgen en zelfs hun slavinnen in de strijd betrekken. Vader Jacob die zijn zoon Jozef van zijn lievelingsvrouw Rachel voortrekt en bevoordeelt, waardoor zijn broers hem niet kunnen luchten of zien. Jozef is een jongere. Hij is niet jong genoeg meer om met een korreltje zout genomen te worden als hij over zijn dromen vertelt en de klikspaan van de familie uithangt. En hij is nog niet volwassen genoeg om met de broers mee te gaan als ze nieuwe weidegronden zoeken voor de schapen. Hij wordt er door zijn vader Jacob zelfstandig op uitgestuurd om poolshoogte te nemen bij de broers. Het wordt een gezinsdrama: hij wordt net niet gedood, maar verkocht, en vader Jacob wordt bedot met het bloederige kleed van de blijkbaar omgekomen jongen.

Jozef was toen een jongere. Was hij vooral vroom, dat hij de verkeerde woorden en daden van de broers aan zijn vader doorbriefde, of was hij vooral nog jong en onverstandig? En de dromen? Die bleken geen bedrog, maar hoe hij die vertelde, is dat niet typisch iets voor een sociaal onhandige jonge kerel?

Kinderen en jongeren tellen mee
Duidelijk is dat Jozef voor God meetelt. God gebruikt kinderen en jongeren in Zijn plan. Via Jozef redt God Zijn volk. Jozef is de spil in Gods plan. Wat de broers ten kwade denken, wordt door God ten goede gedacht (Gen. 50:20). Naäman wordt door een meisje op het spoor van Elisa gezet. David telt niet mee in de ogen van zijn vader en broers, maar wordt gezalfd tot koning. Jeremia vindt zichzelf veel te jong om de profetenmantel te dragen, maar wordt toch geroepen tot een zware taak die zijn kunnen te boven gaat. Daniël en zijn vrienden komen als jongeren in een haast onmogelijke situatie om zelfstandig vast te houden aan het Woord van God, maar ze maken hun keuzes vanuit een vast voornemen van het hart. Een kleine jongen mag vijf broden en twee vissen aandragen en wordt ingeschakeld bij de spijziging van de vijfduizend. De Heere Jezus ontvangt de kinderen, zuigelingen zelfs, en legt hun de handen op. Kinderen en jongeren tellen mee, niet pas als ze volwassen zijn. Dat was precies het punt van de Heere Jezus toen Hij zo uitviel tegen de discipelen die de kinderen tegenhielden. Hijzelf was ook niet alleen Zaligmaker-in-wording toen Hij als twaalfjarige Zijn thuis in de tempel vond.

"Is de gemeente echt een oefenplaats, ook voor jongeren?"

Identiteitsontwikkeling
Jongeren van nu (Generatie Z) zijn anders dan jongeren van vorige generaties en zeker anders dan jongeren in de tijd van de Bijbel. Wij hebben in onze cultuur een speciale fase van jong zijn. Een fase van groeiende verantwoordelijkheden, maar ook een fase dat veel nog niet mag. Men zegt weleens dat de puberteit een moderne uitvinding is, omdat jongeren in de eeuwen daarvoor al heel jong volwassen verantwoordelijkheden kregen. Vrouwen (meisjes nog) trouwden vaak erg jong en kregen al jong de verantwoordelijkheid over een gezin. Jongens trouwden vaak later, maar wisten al jong dat er hard gewerkt moest worden om te overleven. Wat dit betreft is het ook niet vreemd dat men in de tijd van de Reformatie op veel jongere leeftijd belijdenis deed en toegang kreeg tot het Heilig Avondmaal dan in onze tijd.

Identiteitsvragen
Jongeren van nu zijn op zoek naar hun identiteit. Dit zoeken cirkelt vaak rondom deze vragen:

  1. Wie ben ik? Voor veel jongeren wordt deze vraag beantwoord door wat anderen van hen vinden. Het gevaar is groot dat ze de lat voor zichzelf onrealistisch hoog leggen. Als wij jongeren willen helpen bij hun ontwikkeling, mogen we hun voorhouden dat hun waarde niet afhankelijk is van hoe goed ze het voor elkaar hebben in het leven, maar dat hun waarde vaststaat in Gods ogen. Jongeren mogen in gezin, school en kerk proeven wat genade is. Dat lukt niet best als we jongeren telkens kritisch benaderen en al helemaal niet als we doen alsof vooral jongeren te strijden hebben met de verleidingen van de wereld. Het is belangrijk dat zij op een reële manier leren omgaan met hun beperkingen, falen en onmogelijkheden.
  2. Waar hoor ik bij? Het is, zeker voor jongeren, belangrijk om ergens bij te horen. Soms geeft dat krampachtigheid en verliezen jongeren hun eigenheid aan de groep waar ze graag bij horen. Wij mogen jongeren helpen om te ontdekken hoe bevrijdend het is om te zien dat ze uniek geschapen zijn, dat ze niet mee hoeven te gaan in de massa, maar dat ze bewust met hun eigenheid in het leven mogen staan. Wat is het goed als zij ervaren dat ze echt bij hun gemeente horen.

"Jongeren vinden het prachtig als ze ouderen ontmoeten die vanuit hun hart spreken over het geloof"

  1. Hoe doe ik ertoe? De kwaliteit van leven wordt vaak afgemeten aan de resultaten die je behaalt. Wat je bereikt in het leven weegt voor jongeren zwaar door op hun zelfbeeld. Wij mogen jongeren helpen om te ontdekken hoe bevrijdend het is dat je voor God niet de schijn hoeft op te houden. God geeft Zijn genade niet omdat wij er genoeg toe doen, maar vanwege Zijn liefde in Jezus Christus. Op een realistische en dankbare manier mogen jongeren naar zichzelf leren kijken, leren leven van de genade van Christus en hun talenten ontwikkelen en inzetten voor anderen.
  2. Wat geloof ik? In onze samenleving klinkt expliciet en impliciet de oproep om in jezelf te geloven. Door zelfvertrouwen kun je het leven naar je hand zetten en ver komen. Wat de Bijbel vertelt over onze herkomst, over onze bestemming en over de zin van het leven, geeft op een bevrijdende manier houvast en richting in het leven. Meer dan voorgaande generaties ervaren jongeren van nu dat gelovigen een kleine minderheid vormen in onze samenleving en komt het er meer op aan te weten waar je (in het geloof) voor staat.

Ruimte
Geef jongeren de ruimte. Enerzijds door nog niet te veel verantwoordelijkheden te geven en veel van hen te eisen. Anderzijds door hen juist positief en met vertrouwen tegemoet te treden en in te schakelen. Bij dat vertrouwen hoort ook dat ze als jongere hun ideeën kwijt kunnen, dingen in de gemeente organiseren, ook inhoudelijke bijeenkomsten of diensten en die wellicht ook leiden.

Wat is het belangrijk dat jongeren leeftijdsgenoten hebben aan wie ze zich kunnen spiegelen. Ook daarom is jongerenwerk zo belangrijk! Tegelijk is het belangrijk dat er binnen de gemeente ook verbindingen zijn met andere generaties. Jongeren vinden het prachtig als ze ouderen ontmoeten die vanuit hun hart spreken over het geloof en hoe dat geloof ervaren wordt en gestalte krijgt in hun leven.

Jongeren, van alle tijden, zeker ook vandaag de dag, hebben positieve, bevestigende aandacht nodig. Wat is het belangrijk om jongeren te bemoedigen in het geloof.

Weergaven: 0