Tijdens een synodezitting kon ik al melden dat mijn vrouw voor ons een huis had gekocht. Zo was het eerder met de auto gegaan, en die bevalt ook prima. Nu blijkt dat huis een ontzettend christelijk-gereformeerde tuin te hebben: een grote diversiteit aan planten en bloemen. De aanleg is duidelijk werk geweest van iemand met groener vingers dan de mijne. Er is wel één groot probleem: het onkruid. Dat tiert welig. En niet maar in een bepaalde border, het brult werkelijk overal en even divers de grond uit. En al denk je het uit te trekken met wortel en tak, het schiet zo weer op. Alsof de duvel ermee speelt … Het meeste onkruid zie je trouwens waar de stenen wat uit elkaar zijn komen te liggen. Dat kun je natuurlijk niet op z’n beloop laten, maar een eenvoudige oplossing lijkt er niet te zijn. In het zweet mijns aanschijns en met pijn in m’n rug probeer ik wat te bedenken.
"Nu blijkt dat huis een ontzettend christelijk-gereformeerde tuin te hebben"
Gif mag niet, azijn helpt niet. We zouden de hele tuin kunnen asfalteren. Kán, alleen houd je zo weinig tuin over. Ik stelde ook al eens voor een stuk, waar alle moeite echt vergeefs lijkt, over te doen aan de buurvrouw. Volgens mijn lief kun je dat niet maken, maar waarom niet? De buurvouw schijnt om onkruid niet te malen. Om een bepaald soort onkruid tenminste niet. Of zou ik mij misschien vergissen, en ís dat geen onkruid? Zo had ik in mijn wiedwoede een en ander aan ongerechtigheid onder de rozenstruik verwijderd. Dat bleken knoflookplanten te zijn die mijn lief juist had geplant tegen de luis. Tip van de buurvrouw. Afijn, zo langzamerhand moest ik me natuurlijk wel gaan afvragen wat een groter bedreiging vormde voor de tuin: het onkruid of míjn ideeën om ervan af te komen? Voorlopig dan toch maar regelmatig een paar uur op m’n knieën. En blijven genieten van het goede. Dat is altijd nog meer.




