Dat was schrikken! Kom je voor een onderzoek in het ziekenhuis, mag je niet meer weg. Een verpleegkundige bracht me op een zaal, met nog één andere patiënt, een man van 86. De zuster kon hem blij maken met mijn opname: ‘Dat vindt u fijn, hè, dat er weer iemand bij u komt!’ En dat heb ik geweten … Binnen tien minuten wist ik alles van hem: zijn ‘meisje’, kinderen en kleinkinderen, Koreaveteraan, voetbalfanaat. En hoe het kon dat hij er op zijn 86e nog zo stralend uitzag? Doordat hij twintig jaar bij de kerncentrale had gewerkt. Hahahaha! Geloven deed hij niet, nou ja, misschien ook wel, maar alsjeblieft geen kerk.
Hij zei wel een afspraakje met ‘Hem’ te hebben dat hij, als hij boven kwam, eerst een paar pittige vragen had … Natuurlijk had ik eropin moeten gaan, opkomen voor de eer van mijn Heer, en of Hij dan misschien niet eerst een paar pittige vraagjes heeft voor óns. Maar ik was de schrik van m’n opname nog niet te boven, had pijn en was moe, dus deed ik er het zwijgen toe. Toen voelde ik me niet alleen een weerloze patiënt, maar ook nog een waardeloze dominee.
"Hij zei wel een afspraakje met 'Hem' te hebben"
De volgende morgen kreeg ik een herkansing. De buurman had een slechte nacht gehad, met pijn. Hij vreesde niet naar huis te mogen, terwijl dat wel de bedoeling was. ‘Ik heb net voor u gebeden, wie weet valt het mee’, kon ik naar waarheid zeggen, maar echt vrolijk werd hij er niet van. Een uurtje later kreeg hij de zaalarts aan zijn bed: ‘Mijnheer, ik heb fantastisch nieuws voor u, u mag naar huis!’. Zijn gezicht klaarde op als bij een kernfusie, en zonder een woord te zeggen wees hij naar mij, en toen naar boven. Met een glimlach en een knik – ook weer zonder woorden – bevestigde ik zijn vermoeden. Woordeloze, maar misschien, hopelijk toch geen totaal waardeloze dominee.




