Deze serie artikelen wil de lezer kennis laten maken met de verschillende gestalten van pastoranten in de praktijk. Eenieder die pastoraal actief is zal herkennen dat er geen eenvormigheid is bij mensen. Hoe ga je op een Bijbels verantwoorde, principiële en pastoraal bewogen manier om met verschillende typen mensen? Vandaag deel 5: de muggenzifter.
Een leuk woord voor scrabble, een bezoeking om mee om te gaan: de muggenzifter. Een muggenzifter is niet moeilijk te ontdekken. Je hoeft maar even naar iemand te luisteren en je weet het. Vaak hebben deze mensen zelf niet door dat ze aan het muggenziften zijn. Hoe moet je nu met hen omgaan? Hoe voorkom je dat je je gaat ergeren? Wat kun je van ze leren?
Zoals wel meer uitdrukkingen die in de Nederlandse taal terecht zijn gekomen – denk aan zondebok, oogappel en aanfluiting – heeft ook het woord ‘muggenziften’ een Bijbelse oorsprong. De Statenvertaling van 1637 heeft wat dat aangaat de Nederlandse taal verrijkt en gevormd. In dit geval komt het woord ‘muggenziften’ uit Jezus’ mond in Mattheüs 23:24.
In dit artikel willen we samen eerst ontdekken wat Jezus bedoelt. Vervolgens kijken we naar de hedendaagse gevoelswaarde van het woord met de toepassing in de pastorale praktijk. We sluiten het artikel af met adviezen aan muggenzifters en aan hen die met muggenzifters omgaan.
Blinde leiders
In Mattheüs 23 klinkt het zevenvoudig wee aan de schriftgeleerden en de Farizeeën, de geestelijke leiders van die dagen. In Zijn eerste grote rede in het evangelie naar Mattheüs, de Bergrede in Mattheüs 5-7, geeft Jezus kritiek op wat er door deze geestelijke leiders geleerd werd (‘U hebt gehoord dat tegen de ouden gezegd is enz.’). In Mattheüs 23 legt Jezus er hun levenspraktijk naast en veroordeelt hen dan heel scherp. Telkens weer klinkt het dat ze huichelaars zijn, dat ze zich dus anders voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. Ze misleiden het volk en zijn wat dat aangaat blind. Tot vijf keer toe noemt Jezus hen zo.
Stel je voor dat je in een mooi natuurgebied in de bergen een gids mee hebt en je komt erachter dat hij blind is. Dat is op z’n minst vreemd, maar uiteindelijk toch vooral gevaarlijk. Dat is wat de Heere Jezus wil dat we zien. Een blinde die jou leidt is vreemd en gevaarlijk. Die moet je dus niet volgen!
Maar waarom zijn ze dan blind? Omdat ze de dingen verkeerd zien en verkeerd wegen. Het is alsof ze de verrekijker andersom houden als het over de belangrijke dingen gaat: dat staat ver van hen af, daar houden ze geen rekening mee. Ze focussen op een aantal kleine zaken die voor hen ongelooflijk belangrijk zijn, maar vergeten waar het echt om draait. Eerst noemt Jezus in vers 23 hun gedrag rondom het geven van tienden. Ze doen dat zo precies dat ze zelfs van hun kruidenpotjes telkens tien procent afhalen voor God. Op zich is dat goed. Maar het probleem is dat ze daar zo druk mee bezig zijn, dat ze het belangrijkste missen. Jezus zegt: ‘U laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof.’ De prioriteiten liggen dus verkeerd.
Mug en kameel
In vers 24 wordt dat met een soort korte gelijkenis heel duidelijk gemaakt door de Heere Jezus: ‘Blinde leiders, die de mug uitzift, maar de kameel doorslikt.’ Beide dieren waren onrein volgens de wet van Mozes in Leviticus 11:4, 23, 24 en 41, waarbij de mug het kleinste onreine dier was en de kameel het grootste. Aangezien je die niet mocht nuttigen, werd elke beker wijn door een zeefje gehaald (vaak een katoenen doek dat als een gaasje werkte). Daarmee konden de muggen en andere insecten eruit worden gezeefd en bezondigden de schriftgeleerden en Farizeeën zich niet aan de wet van Mozes. Heel goed, heel gehoorzaam. Het punt is alleen, zegt Jezus, dat de geestelijke leiders dát wel doen, maar het volgende ogenblik (figuurlijk) een hele kameel nemen en die in z’n geheel doorslikken. De mug zeven ze uit, de kameel slikken ze door. Ze bezondigden zich niet aan kleine zonden, maar voor de grote zonden hadden ze geen oog, voor het nalaten van het recht, de barmhartigheid en het geloof. Ze maakten zich druk over de regels, maar vergaten dat de wet door één woord wordt vervuld, namelijk door de liefde (Matth. 22:39; Rom. 13:9).
Zo zijn ze telkens bezig. Ze zeuren over bepaalde dingen, maar ze zien niet waar het echt om gaat. In Lucas 13:15 en 14:5 wordt dat duidelijk als ze het Jezus kwalijk nemen als Hij een (niet dodelijk) zieke geneest op de sabbat, terwijl ze, zo maakt Jezus duidelijk, toch op de sabbat wel hun vee zouden redden uit een put. Daar maken ze geen punt van. En in Lucas 12:54-56 maakt Jezus duidelijk dat ze allerlei dingen over het weer weten te duiden, maar ze hebben geen enkel oog voor de tekenen van de Messiaanse tijd. Ze doen voortdurend waar de Heere Jezus Zijn discipelen voor waarschuwt in Mattheüs 7:3, namelijk wel de splinter bij de ander eruit halen, maar de balk in hun eigen oog vergeten.
Dat is de Bijbelse waardering van een muggenzifter: iemand die onbelangrijke details heel belangrijk maakt en daarbij de belangrijkste dingen vergeet of verwaarloost. Iemand die z’n prioriteiten verkeerd heeft.
"Het probleem is dat ze daar zo druk mee bezig zijn, dat ze het belangrijkste missen"
Ze hebben (on)gelijk
Vandaag bedoelen we er vooral iemand mee die zeurt over details. Het kan zomaar zijn dat iemand je wijst op verkeerd gebruik van een bepaald woord, of aangeeft dat je iets had moeten zeggen wat je niet hebt gedaan. Zo iemand ‘mist’ dan iets in wat je zei. Op zichzelf hoeven die dingen niet per se onbelangrijk te zijn. Als je denkt aan wat de Farizeeën en schriftgeleerden deden met de tienden, dan zegt Jezus daarvan: ‘Deze dingen moet men niet nalaten.’ Dat hoort erbij. Maar muggenzifters hebben geen oog meer voor het geheel, voor de bedoeling van wat gezegd is. Ook al hebben muggenzifters met dat detail op zich wel gelijk, toch zitten ze uiteindelijk verkeerd door dat aspect te groot te maken.
Misschien kun je het vergelijken met mensen die erop wijzen dat Sifra en Pua (Ex. 1:17-19) en Rachab (Joz. 2:4-6) zondigden doordat ze logen, maar die dan vervolgens vergeten wat belangrijker was: het redden van het leven van Gods volk. Want de HEERE Zelf zegende deze drie vrouwen om wat ze deden. Ze werkten niet mee aan het onrecht van de vijanden van Gods volk en kozen de kant van de HEERE. Hebben de muggenzifters dan geen gelijk met het feit dat deze vrouwen een leugen vertelden? Jawel, dat klopt. Maar toch hebben die vrouwen zo aan Gods bedoeling met het negende gebod voldaan, en dat vergeten ze.
Vandaag
Er kan zomaar een broeder zijn in de gemeente die vindt dat bepaald gedrag van kinderen of jongeren, of een bepaalde kledingstijl van gemeenteleden niet gepast is. Daarover begint hij telkens weer op een huisbezoek, of aan de telefoon met de predikant. Maar als je hem dan vraagt of hij dat al met die mensen zelf heeft opgenomen (Matth. 18:15-17) en of hij voor hen gebeden heeft, is het antwoord ‘nee’.
Of iemand vindt dat de preken meer over het Oude Testament of juist het Nieuwe Testament moeten gaan, of dat er meer dit of dat gezongen moet worden, of dat er te weinig of juist te veel over de zonde gepreekt wordt, of dat de organist (‘ergernist’) of muzikant het anders moet doen. En als je dan met zo iemand doorpraat of ze naar de hele preek geluisterd hebben en doorvraagt wat de Heere nu persoonlijk gezegd heeft, dan stokt de wagen. Er is alleen maar gelet op details, niet op de boodschap van de Heere, niet op het geheel van de gemeente, niet op het zingen tot Gods eer. Eigen hart en ziel bleven erbuiten en iemand blijkt verkokerd in zijn of haar eigen ideeën.
Kritiek wegen
Als je muggenzifters tegenkomt, kan dat gaan irriteren. Zeker als het om een bepaalde karaktertrek gaat van iemand die blijkbaar alles alleen maar door zijn of haar muggenziftersbril kan zien. Dan kun je innerlijk weleens gaan zuchten als zo iemand wéér komt om iets te zeggen over bepaalde dingen die in de gemeente misgaan of over dingen die je in de preek verkeerd zei of had moeten zeggen. Het kan de vreugde van het ambt wegnemen of overschaduwen.
Tegelijk moet je ervoor oppassen dat je hun kritiek daardoor al bij voorbaat naast je neerlegt. Want het kan zomaar zijn dat je inderdaad die ‘mug’, hoe klein ook, over het hoofd gezien had, dat je op dat kleine detail fout zat, het verkeerd zag, blind geweest bent. Hoe irritant ook, dan moet je dankbaar zijn voor de opmerkingsgave van die broeder of zuster die het scherper zag dan jij. Een muggenzifter kan namelijk wel degelijk gelijk hebben, al ziet de muggenzifter dan alles in het verkeerde perspectief en vergeten ze de belangrijkste dingen.
Daarom is het van belang dat je telkens weer eerlijk de kritiek weegt voor Gods aangezicht. Hebben ze gelijk? Heb je er te weinig oog voor gehad? Want het kan toch niet zo zijn dat jij vindt dat je zonder gebreken bent? Ontvang de kritiek daarom altijd nederig. Want er zijn veel meer gebreken in jou dan een muggenzifter ooit opmerkt.
Daarnaast is het van belang dat je je niet gaat irriteren, maar de ander genadig tegemoet treedt. Want irritatie is een gebrek aan liefde (1 Kor. 13:5m). De Heere vraagt van ons dat we ook muggenzifters liefhebben, al kunnen we hun soms liefdevol en duidelijk laten zien dat hun blikrichting verkeerd is, en dat ze je vreugde om te dienen wegnemen (Heb. 13:17). Maar we moeten bidden en waken dat we ons niet overgeven aan irritatie. Dan vallen we in een strik van de satan omdat we dan vergeten onze blik op de Heere Jezus te werpen, die immers voortdurend tegenspraak verdragen heeft (Heb. 12:2-3; 1 Pet. 2:23).
"Werp je blik op de Heere Jezus, die voortdurend tegenspraak verdragen heeft"
Adviezen
Het eerste advies voor alle lezers is om eerst zelf in de spiegel te kijken. Want de muggenziftersreactie kan bij ons allen naar boven komen blijkens de woorden van de Heere Jezus in Mattheüs 7:1-6, waarbij we meer aandacht geven aan de splinter van de ander (op zich heel goed! – zo help je de ander) dan aan onze eigen balk. Dat gebeurt wanneer we vergeten dat we zelf zondaars zijn die in veel opzichten struikelen (Jak. 3:2) en wanneer we ons verheffen boven de ander. Het gebeurt wanneer we de Heere Jezus uit het oog verliezen en onszelf in het middelpunt zetten.
Het tweede advies is om kritiek van muggenzifters biddend te wegen. Dat je in gebed gaat en het voor de Heere neerlegt. Ik herinner me het verhaal van een Engelse predikant uit de achttiende eeuw die een verschrikkelijke vrouw had, een vrouw die hem dagelijks tot wanhoop bracht. Zijn vrienden wisten het. Maar wat verbazingwekkend was, was dat hij tegen hen zei dat hij God zo dankbaar was voor zijn vrouw. ‘Waarom?’ vroegen ze verbaasd. ‘Omdat ik door haar zeven keer per dag op de knieën terechtkom voor God.’ Juist als het gedrag van een muggenzifter je vreugde wegneemt, buig dan diep voor de Heere Jezus, die het nog veel erger meemaakte – en Hij ten onrechte.
Het derde advies is om de muggenzifter lief te hebben. De reactie van de Heere Jezus op de ongeduldige en geïrriteerde discipelen in Marcus 6 is veelzeggend. De discipelen wilden eindelijk eens rustig met Jezus zijn, maar dat lukte niet omdat er wéér massa’s mensen kwamen die Jezus’ aandacht vroegen. Als ze Hem dan onderbreken en vragen hen weg te sturen omdat het etenstijd is, gaat Jezus daar niet in mee. Integendeel, Hij heeft de mensen lief, Hij onderwijst ze en Hij voedt ze. Hij geeft genadige liefde. Oók aan Zijn geïrriteerde discipelen, want er blijft voor ieder van hen een mand brood over. Die liefde van de Heere Jezus door het werk van de Heilige Geest hebben we nodig. Als we de muggenziftermentaliteit in ons merken, maar ook als we ermee te maken krijgen.
Laten we blijven bidden dat we zien wat het belangrijkste is in het dienen van God en de naaste: recht, barmhartigheid, en geloof.




