Skip to main content

In deze serie artikelen maken we kennis met verschillende soorten Psalmen. Deze Psalmen behoren tot verschillende genres qua Psalmen, maar ze zijn ook onbekender. Welk beeld van God krijgen we vanuit de Psalmen aangereikt? Hoe wijzen de Psalmen ons op Christus? Vandaag deel 3: het klaaglied, Psalm 88.

In de Psalmen kom je heel wat blije mensen tegen. Goddank! Mensen die de HEER zijn tegengekomen in het leven als de God die redt, die nabij is, die zorgt. Halleluja – zo klinkt er regelmatig. Maar onze Hemelse Vader laat ook mensen aan het woord die er beroerd aan toe zijn. Onze Hemelse Vader leert ons klagen. Dat is Psalm 88 – een klaaglied van Heman. ‘HEER, God, mijn redder, ik roep tot U, ik schreeuw het uit, bij dag en bij nacht.’ Maar waar de meeste klaagliederen eindigen met een uitroep van hoop, verwachting of zelfs van uitkomst, is er in Psalm 88 geen enkel lichtpunt. Zou Psalm 88 daarom zo onbekend zijn? Even wat narigheid in een Psalm kunnen we wel aan en anders zingen we alleen de blijde coupletten. Maar Psalm 88 heeft geen blijde coupletten. Negentien verzen narigheid en ellende.

Heman
Wat was er met die Heman aan de hand? Volgens 2 Kronieken 6:18-23 en 2 Kronieken 25:1, 4, 6 was hij een Leviet, die in de tijd van David koorleider was. 1 Koningen 5:11 noemt een zekere Heman een wijs man. Zou dat om dezelfde persoon gaan?
De mogelijke context van de Psalm is het ziekbed. Het is een gebed van iemand die de dood voelt naderen, en niet begrijpt wat er gebeurt. Hij wordt door rampen bezocht, zijn leven nadert het dodenrijk (vers 4). Zijn vrienden laten het afweten. ‘Bekenden hebt U van mij vervreemd, afgrijzen roep ik bij hen op, ik ben ingesloten en zie geen uitweg meer’ (vers 9). Is het een ziekte van jongs af aan? In vers 16 klaagt Heman dat hij van jongs af al in doodsgevaar is.
Maar het is niet alleen de ziekte die een probleem is. Want naast zijn lichamelijke en geestelijke toestand heeft hij ook een probleem met God.

Waar is God?
En met die vraag sluit Heman zich aan bij vele andere stemmen in de Bijbel. Mensen zeggen wel eens: niet klagen maar dragen. Maar dat is geen Bijbelse uitspraak. Keer op keer vinden we mensen die klagen. Job klaagt tegen God. Psalm 130 schreeuwt om God. Er zijn net zo veel klaagliederen als lofpsalmen. God niet kunnen vinden hoort bij het geloofsleven. Heman ervaart Gods liefde en trouw niet.
Hier zien we hoe geloven strijd is – een worsteling om vol te houden. Waarom laat God het toch allemaal toe? Waarom grijpt God nu niet in? Waarom komt er geen betere tijd? Wat moeten we daarmee doen? Heman gooit het de HEER, let op de verbondsnaam in vers 1, allemaal voor de voeten. Acht heftige vragen klinken er aan Gods adres. Doet U aan doden wonderen? Staan schimmen op om U te loven? Komt Uw liefde in het graf ter sprake? Komt Uw trouw in de afgrond ter sprake? Weet men in de duisternis van Uw wonderen, Uw werken? Weet men van Uw weldaden in het land der vergetelheid? Waarom Heer, verstoot U mij? Waarom verbergt U voor mij Uw gelaat?

"Onze Hemelse Vader laat ook mensen aan het woord die er beroerd aan toe zijn. Onze Hemelse Vader leert ons klagen."

Worstelen met God
Het wonder is dat de Heilige Geest niet heeft gezegd dat deze Psalm onder de maat van het geloof is. Onze Hemelse Vader heeft met reden deze Psalm in Zijn Woord gezet. Juist om mensen als Heman bij te staan. Psalm 88 geeft woorden – als woorden tekort komen. In Psalm 88 komt God zelf naast mensen staan, die geen uitzicht meer hebben. Worstelen met God is ook leven met God. Jezus zei: ‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh. 20:29).
Het doet ons waken bij mensen die niks van God ervaren. Het kan geheel donker worden. Zelfs na Goede Vrijdag en Pasen. We weten van de dood die overwonnen is, maar ook van Gods tegenstander die rondgaat. We weten van verzoening, genade, verlossing en opstanding door Jezus Christus, maar we leven in een wereld die nog steeds bezet gebied is. Geloven is volhouden.
In het klagen van Heman zit een bepaalde opbouw. Er is een lengte van het klagen. Vers 2-3 en vers 10 bevatten klachten van het verleden, vers 14 en verder toont ons de huidige klacht. Al lange tijd is Heman aan het klagen en worstelen. En er is geen uitzicht. Pastoraal is dat belangrijk.
Voor sommige broers en zussen – net als Heman – is er geen licht, enkel duisternis. Voor sommige broers en zussen is geloven altijd worstelen met God.

Leren klagen
En toch is er één lichtpunt in de Psalm zelf. Twijfel is niet de exit van het geloof. Heman klaagt, maar doet dat niet bij anderen maar bij de HEER. ‘Mijn Redder’, staat er dan. Tussen al die donkere zinnen is er één die toch oplicht. Heman is blijkbaar nog niet van God los en hij gelooft dat God nog niet los is van hem. Hoe dan ook: hij blijft in die God geloven. Samen met alle vragen. Samen met de boosheid en de woede.

"In Psalm 88 komt God zelf naast mensen staan, die geen uitzicht meer hebben."

Bijbels klagen is geen zelfbeklag noch zelfmedelijden. Het is niet jezelf rondwentelen in verbittering om wat je allemaal is aangedaan. Maar Bijbels klagen is je richten op God en Hem Zijn eigen naam voorhouden. Tegen God op God hopen. Psalm 88 leert ons God te vertellen hoe groot onze ellende is. Ook dat is bidden. Ongecensureerd en rauw. Iemand die dat nog veel dieper deed is Jeremia in het boek Klaagliederen. Hij beschuldigt God ervan als een beer te loeren op zijn leven (Klaag. 3:10-12). En God laat zich dat gewoon gezeggen. In al Zijn vaderlijke liefde laat Hij Zijn kinderen klagen.
Klagen biedt ruimte om voor het aangezicht van God te komen met alles wat er speelt in ons leven. Opvallend is hoe vaak hier staat dat Heman verlangt bij zijn HEER te komen. ‘Ik zit stil voor u neer’ (vers 2), ‘laat mijn gebed u bereiken’ (vers 3), ‘naar u strek ik mijn handen uit’ (vers 10), ‘ik nader u met mijn gebed’ (vers 14).

God hoort
Het diepe verlangen van Heman tekent zich daar in uit: laat mijn gebed U bereiken! Heman bidt hier niet om een genezing of een snelle oplossing, maar zijn gebed is een zich gehoord weten. De rest laat hij in Gods hand.
En daar ligt de lijn naar de rest van de Schriften. Psalm 88 kent geen gebedsverhoring. Enkel de roep. Maar we mogen, denk ik, twee lijnen trekken die hier van diep belang zijn.
Allereerst is Psalm 88 niet de laatste Psalm in het Psalmboek. Na Psalm 88 komt Psalm 89 met de woorden ‘Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen, van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.’ Na de donkere nacht kan er weer nieuw licht komen. De duisternis mag in Psalm 88 dan het laatste woord hebben, maar daarna komt er óók weer een nieuw eerste woord. En Psalm 87, de Psalm ervoor, eindigt ermee te zeggen ‘En dansend zingen zij: “Mijn bronnen zijn alleen in U”’. De plaatsing heeft een betekenis. Heel Psalm 88 wordt in het bredere perspectief gezet. Zij aan zij met de duistere ervaring staan woorden van hoop en verwachting. Woorden die Heman miste. Maar waar de Korachieten (Psalm 87) en Etan (Psalm 89) wél van konden getuigen.

"Voor sommige broers en zussen – net als Heman – is er geen licht, enkel duisternis. Voor sommige broers en zussen is geloven altijd worstelen met God."

Dat is de eerste lijn die ik hier wil trekken. De roep om God mag klinken midden in de gemeente waar hele andere geluiden klinken. En laten mensen die wel God ervaren om hen heen staan die dat niet hebben. Om zo elkaar te versterken en vast te houden en te wijzen op de blijvende belofte van de HEER.

Op de lippen van Jezus
Een tweede lijn is deze. Als er Iemand is geweest die door vrienden is verlaten, als er Iemand is geweest die de dood in alle verschrikking op zich af zag komen, dan is dat Jezus Christus. Hij neemt die woorden op Zijn lippen ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Ons waarom klinkt op Golgotha. Niet dat Christus niet wist waarom dit gebeurde. Hij gaf Zijn leven vrijwillig als een losprijs voor velen. Maar daar komt alle ellende, alle pijn, alle verdriet terecht op Zijn schouders. Hij werd één met mensen als Heman. Jezus kwam delen in onze diepe ellende. Waar Heman zich slechts door God verlaten voelde, werd Christus door Zijn Vader werkelijk verlaten.
Niet voor niets wordt Psalm 88 in kloosters gezongen op Goede Vrijdag. Die donkerste Psalm klinkt op de dag dat we eraan denken hoe Jezus in een drie uur dikke duisternis hing. Daar zien we Gods antwoord op Psalm 88. Namelijk dat Hij dwars door het lijden heen iets nieuws kan maken. Na Goede Vrijdag werd het Paasmorgen. Hoe ver weg God ook lijkt, toch bleek Hij nabij te zijn. De duisternis heeft nooit het laatste woord. Misschien wel een tijd. Misschien zelfs een leven lang. Maar nooit de eeuwigheid lang. Zie, Ik maak alle dingen nieuw, zo klinkt de belofte. En straks als we onze Vader ontmoeten, zal Hij eerst alle tranen van de ogen vegen. Daar worden wij nieuwe mensen die leven in de shalom, de heelheid van de Heiland.

Ruimte
Net als de vrienden van Job kunnen wij bij zieke, depressieve, zoekende, twijfelende mensen, zaken erger maken door de verkeerde dingen te zeggen. Het is mijn worsteling als predikant om iets te zeggen in situaties die uitzichtloos zijn. Om mensen die zeggen God niet te ervaren toch te wijzen op Gods trouw. Vaak lees ik Psalm 88 met ze. Dit is ook geloven. Geloven gaat niet om ons grote geloof. Of ons enorme vertrouwen. Maar de zekerheid en de troost in het geloof ligt in het feit dat ik eigendom ben van Jezus Christus. Dat Hij zelfs in de diepte bij mij is en mij niet loslaat.

"Jezus kwam delen in onze diepe ellende."

Het zit diep in ons mensen om altijd te zoeken naar het licht. Maar er zijn gelovigen voor wie dat licht er niet is. Psalm 88 leert mij dat er niks mis is met hun geloof. Dat hun worsteling past in de rij met heiligen die ook geworsteld hebben. Mijn gebed is dat deze broers en zussen uiteindelijk de zon van Gods liefde mogen voelen opgaan in hun leven. Maar soms gebeurt dat niet en blijft de strijd. Dan is het onze taak daar naast te staan. Om te blijven ondersteunen, getuigen, horen én samen te klagen.
Hier in de gemeente waar ik werk heeft het geholpen om over deze tekst te preken. Je bevindt je dan in goed gezelschap want ook Tim Keller, Spurgeon en Calvijn hebben hierover gepreekt. Het leven is rauw, en ook het leven met God kan soms heel rauw zijn.
Bid, samen met Heman, voor jezelf, of voor de mensen om je heen. HEER, God, mijn Redder – laat mijn gebed U bereiken. En er komt een dag dat er een nieuw lied zal doorbreken. God belooft dat elke Psalm die afbrak, elk lied dat stopte, zal worden afgemaakt en uitgezongen. Jezus is Gods garantie: klaagpsalmen worden lofliederen.

Weergaven: 0