Skip to main content

Een gesprek met opa Hendriksen en kleindochter Lyanne uit Nunspeet, blijkt onmogelijk zonder nu en dan oma Hendriksen ook te noemen. Dat zij er nog bij mag zijn is een groot wonder, omdat zij medisch al heel veel heeft meegemaakt.

Opa Hendriksen (81) uit Nunspeet is vooral een dankbaar mens, die zijn zegeningen telt. Met gepaste trots typeert hij zijn kleindochter Lyanne (20) als “een klein, dapper meisje”.
“Mijn kleinkinderen zijn me allemaal even lief, al heb je natuurlijk een andere band met de jongste van twee dan met de oudste van zesentwintig. Die van twee komt hier elke week wel, tot voor kort samen met die er net boven is. Zulke kleintjes vinden het nog leuk als je voorleest, met die van zesentwintig heb je weer heel ander contact, die gaat binnenkort trouwen!”

“We hebben vijftien kleinkinderen en een achterkleinkind. Het is een wonder dat wij, terwijl we op latere leeftijd trouwden, binnen zevenenhalf jaar nog vijf kinderen hebben gekregen. Allemaal zijn ze nog lid van de CGK. Omdat hun partners ook uit onze kerken kwamen, is er nooit discussie over geweest wie met wie mee zou gaan. Onze oudste dochter Marjanne is ongetrouwd. Zij werkt voor de zending in Zambia. Het wonder is des te groter, omdat mijn vrouw (87) veel ziek is geweest. Steeds kwam ze er wonderlijk weer bovenop.”

 Lyanne is een van de vijftien kleinkinderen. Hoe vaak zien – of zagen – jullie elkaar?
Opa: “We zien elkaar meestal in gezinsverband, zoals op verjaardagen. Vroeger wel vaker, maar nu studeert Lyanne doordeweeks in Groningen.”
Lyanne: “Toen ik op de middelbare school zat, ging ik gemakkelijker even langs als ik naar het dorp ging. Opa en oma woonden toen dichtbij het centrum. Doordeweeks ben ik nu niet thuis en in het weekend ben ik druk met werk en bijvoorbeeld catechisatie.”
Opa: “Ja, het is een ijverige dame. De laatste tijd kwam ze zaterdags nog wel eens bij haar oma, maar dan was ik niet thuis. Ook andere kleinkinderen vergeten ons niet van tijd tot tijd te bezoeken.”

Spelen bij kleinkinderen ook dingen als loslaten?
Opa: “Wij hebben ons er altijd strikt aan gehouden: oppassen om jezelf niet te bemoeien met de opvoeding van de kleinkinderen. Dat is een taak van de ouders. Wel zijn ze voortdurend in onze gedachten. Elke dag bidden we voor de kleinkinderen en ons achterkleinkind. Zijn er speciale zorgen, dan bidden we meerdere malen per dag. Bij kleinkinderen speelt ook de fysiek grotere afstand mee: je weet niet alles wat er speelt. Als ze naar de volwassenheid groeien ontstaat er een wat andere band dan met ‘dat lieve kleine spul’, er ontstaat toch enige afstand. Zijn er zorgen, dan is dat toch anders dan vroeger rondom eigen kinderen. Dan tobden we daar wel meer mee rond. Ondanks de andere gezagsverhouding: onze kleinkinderen spreken ons nog wel altijd met ‘u’ aan…”
Lyanne: “Dus met respect, maar aan de andere kant is opa ook gewoon gezellig opa, die grapjes maakt.”

Lyanne,  ging jij weleens logeren bij opa?
“Ik was geen logeerkind, al heel snel had ik heimwee.”
Opa herkent dat van haar tante Marjanne: “Haar heb ik ooit vroeger na een huisbezoek helemaal in Naarden moeten ophalen, later sliep ze bij lokale mensen in kleine hutjes in de bush.”

Wat is jullie mooiste herinnering samen?
Lyanne: “ Jullie laatste huwelijksjubileum vond ik een mooi moment: dat je met de hele familie bij elkaar bent. Iedereen was er!”
Opa: “De Botterdag! Marjanne had al lang haar verjaardag niet meer thuis gevierd, maar was nu in Nederland door de situatie rond corona in Zambia, en daarom vierde ze haar verjaardag groots. Vanuit Harderwijk zijn we met twee botters met de hele familie gaan zeilen. We hadden prachtig weer.”
Opa tegen Lyanne: “En weet je nog, dat je vader me voorstelde om eens met jullie naar het Verscholen Dorp te gaan, waarvan hij niet goed wist waar het lag? Met vier, toen nog kleine kinderen, ben ik erheen gefietst. Ik wilde jullie toen op een ijsje trakteren, maar jullie wilden allemaal liever cola!”

Hoe kijkt u naar de kleinkinderen als het gaat over het geloof?
“Wij worden nogal eens bepaald bij de doopbelofte, dat het verbond vast ligt. Onze kleinkinderen komen met zoveel in aanraking. Je hoopt dat ze het goede kiezen. Het is een heel andere tijd dan waarin eigen kinderen opgroeiden. Ons voortdurend gebed is, dat ze allen behouden zullen worden.”
Wijzend op Lyanne: “Trouwens, dit is een pittig meisje hoor! Ze zit al in het tweede jaar van haar studie Geneeskunde. En na haar belijdenis is ze niet gestopt met catechisatie: ze draait mee met de groep die binnenkort belijdenis hoopt te doen. Ze werkt ook nog bij een supermarkt als teamleider.”
“Maar twee dienstjes in de week hoor”, reageert Lyanne. Op haar vijftiende is ze gestart als vakkenvuller en uiteindelijk mocht ze doorgroeien en werd opgeleid tot teamleider.
“En ze heeft ook het kinderkoortje van de kerk geleid,” gaat opa verder, niet zonder trots: “Die taak moest ze opgeven  als gevolg van de studie in Groningen.”
Lyanne: “Dat vond ik echt heel jammer, maar volgens mij gaat het heel goed met het koor.”

Tekortkomingen
“Aan de opvoeding heb ik niet zoveel gedaan, mijn vrouw des te meer” vindt opa ten slotte. “Ik was door mijn werk heel vaak weg.” Oma Hendriksen nuanceert direct: “Ik heb ook fouten gemaakt hoor.”
“Dat zeggen mijn ouders ook altijd”, valt Lyanne in.
Opa: “Allemaal tekortkomingen, niets om aan te reiken aan de Heere, zo van: kijk eens wat ik gedaan heb. Ik was veel weg door werk en kerkenraadswerk. Heb van dat laatste niet veel gemaakt, alleen maar vaak in gebreke gebleven, naar mijn idee.”

Willen jullie nog iets kwijt aan de lezers van de Wekker?
Lyanne: “Niet specifiek, maar wel: blijf je grootouders bezoeken. Het kan zomaar voorbij zijn, realiseerde ik me toen oma zo ziek was. Ik vind het belangrijk dat je een goede band met je familie hebt.”

 

Weergaven: 3