Skip to main content

Tien jaar lang was Simon Jongepier (60) – in het dagelijks leven accountant en consultant – voorzitter van de Commissie van Beheer van de Middelburgse Gasthuiskerk (circa 530 leden). Voorzitter, maar vooral commissielid: “Ik voelde me meer meewerkend voorman, want je doet het werk met elkaar.”

Toen Jongepier door verhuizing lid werd bij de CGK in de Middelburgse Gasthuiskerk, werd hem gevraagd wat hij voor de gemeente zou kunnen betekenen. Scriba, ouderling, dat was hij in zijn vorige gemeente, dus nu wilde hij wel iets anders. Dat werd tien jaar lang het voorzitterschap van de Commissie van Beheer. Vier jaar geleden stopte hij hiermee – “ik heb een heel goede opvolger” en nu is hij alweer een jaar ouderling: “Er is altijd wel wat te doen.”

“Als nieuwe leden wilden we niet aan de zijlijn blijven staan. Ben je actief, dan leer je mensen kennen en het is goed om elkaar te dienen. De monumentale Gasthuiskerk dateert uit 1492 en ik houd van geschiedenis, vraagstukken met betrekking tot organisatie boeien mij ook, dus ik kon mijn talenten prima inzetten in deze commissie. Op het moment dat ik erin kwam, dreigde het orgel zowat in elkaar te zakken. Een opknapbeurt was dringend nodig. In 2010 was de restauratie van het orgel gereed, maar toen wachtte een nieuwe klus. De CGK van Vlissingen werd bij ons gevoegd en voor hun kerkgebouw moest een herbestemming gerealiseerd worden. O ja, de pastorie is toen ook nog verbouwd… Daarna is de buitenkant van de Gasthuiskerk grondig gerestaureerd.”

Hofje ‘Onder den Toren’
“Vervolgens hebben we samen met twee andere kerken (NGK en PKN) voor anderhalf miljoen een complex gekocht om een gezamenlijk diaconaal centrum in te vestigen. Een oud hofje, dat helemaal opgeknapt is: ‘Hofje Onder den Toren’. In het weekend zijn hier jeugdactiviteiten vanuit de kerken. Doordeweeks wordt het gebruikt voor kerkelijke vergaderingen, catechisatie, Bijbelstudie en worden zalen verhuurd. Er is ook een inloophuis voor dak- en thuislozen en mensen die zich eenzaam voelen. Een tweedehands kledingwinkel en een restaurant zorgen, naast verhuur van de zalen, voor de inkomsten. Het exploitatietekort wordt aangevuld door de drie kerken.

Hier zijn geen kerkmuren, maar doen we gezamenlijk een diaconale handreiking. Dat geeft samenbinding als kerken, want ook hier zie je terugloop in ledenaantal. We zijn dankbaar dat het project goed loopt. De kerkgebouwen liggen trouwens allemaal op enkele minuten loopafstand van elkaar, vlak bij de abdij van Middelburg.”

Zegen
“Het was heel wat, om met drie kerken zo’n complex te kopen en op te knappen. Als je ervoor staat denk je letterlijk: ‘God zegene de greep.’ Je weet niet hoe het uit gaat pakken. Dat is geloofsvertrouwen in mijn beleving, om dan toch die stap te zetten. Je doet het voor je naaste, hoopt dat er jongeren tot geloof zullen komen.

‘Als vervolgens de gemeenteleden werden geraadpleegd, stond de hele gemeente er steeds achter’

Overigens geldt datzelfde natuurlijk voor ouderen. Er zijn er die op hun veertigste met ruzie de kerk uit zijn gegaan en nu als tachtigers uit eenzaamheid naar zo’n buurthuis komen. Ze raken in gesprek en opeens zie je ze in de kerk. Dan zie je zegen op je werk.”

Samen dienen
“Onze commissie bestond uit vijf leden, waaronder mensen met deskundigheid op technisch gebied. Je deed het werk samen, als team. Ik heb mijn taak meer ervaren als meewerkend voorman dan als voorzitter, kluste ook gewoon mee. Het bijzondere aan het vrijwilligerswerk is dat je het doet voor de kerk. Je hebt hetzelfde doel. Er is nooit ruzie geweest, weleens wat discussie natuurlijk, over wat het juiste was om te doen. En altijd weer kregen we medewerking van het moderamen. Als vervolgens de gemeenteleden werden geraadpleegd, stond de hele gemeente er steeds weer achter. Er is heel veel geld opgehaald. Al moesten de bijdragen omhoog, het kwam altijd weer goed. Al dat extra geld kwam er en daarbij nog geld voor projecten in het buitenland. Een behoorlijk bedrag van zo’n 25.000-30.000 euro per keer.”

“Met vrijwilligers werken zou moeilijk zijn, maar daarvan heb ik niks meegekregen in mijn tijd als voorzitter. Er is echt saamhorigheid. Het was nooit te veel gevraagd, nooit werd tevergeefs een beroep op iemand gedaan. Binnen onze gemeente doet bijna iedereen wel wat, dat is samenbindend. Soms moet je een vergaderruimte zoeken, er zijn heel veel activiteiten. Elkaar doordeweeks ook zien is goed, dat geeft betrokkenheid op elkaar. In de coronatijd was het daarom heel zwaar om elkaar niet te zien. Dat gold zeker toen voor internationale studenten van het University College Roosevelt en de Hogeschool Zeeland, voor wie eens per maand een dienst wordt georganiseerd. We zaten toen midden in de verbouwing van het Hofje Onder den Toren, maar dat werd tijdelijk gesloten, nadat een groep vrijwilligers elkaar had besmet.”

CIO-K
Rondom de restauratie kreeg broeder Jongepier te maken met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Het bleek om ingewikkelde materie te gaan en hij leerde heel wat bij. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat hij voor de CGK in het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken over Kerkgebouwen terecht is gekomen. Het CIO-K is een landelijk orgaan van alle kerken. Het gaat om het gesprek met de overheid over onder meer gebouwen, subsidies, collectes, en inkoop van energie. Allerlei soorten kerken en ook synagoges nemen eraan deel. In coronatijd overlegde minister Grapperhaus destijds over het al dan niet sluiten van de kerken, digitale diensten en zo meer. Ik was net uit de Commissie van Beheer, dus kon dit op me nemen. Dat is wel een beetje mijn levensmotto: Als ik leef, ben ik van de Heere, als ik sterf van de Heere. Ik ben er niet voor mezelf, je bent er om elkaar te helpen en God te dienen.”

Hebt u nog adviezen voor andere gemeenten?
“Communiceer, communiceer! Wat mijn opvolger in de coronaperiode goed deed bijvoorbeeld, was ideeën voorstellen en daarover overleggen. Er waren daardoor geen problemen. Je voorkomt gedoe als je mensen meeneemt. Geduld is belangrijk, iedereen serieus nemen en dán besluiten. Voor- en nadelen afwegen en tijd nemen om beweegredenen te communiceren.”

Weergaven: 97