Skip to main content

Vraag
‘Mijn ouders en broers en zus praten niet over hun geloof. Ik wil dat wel graag. Hoe pak ik dat aan?’
Studente, twintiger, op kamers. De gesprekken op de christelijke studentenvereniging betekenen veel voor haar.

Antwoord
Een gesprek begint vaak met een vraag.
Een prachtig voorbeeld van hoe Jezus met Zijn leerlingen het geloofsgesprek aangaat, vind ik Mattheüs 16: 13-17. Hoe pakt Hij dat aan? Jezus is met Zijn leerlingen even buiten de drukte van alle dag. Er is geen publiek. Hij zet Petrus niet op een sinaasappelkistje op het tempelplein met de opdracht de mensen te vertellen Wie Jezus is. Hij maakt een omtrekkende beweging door Zijn leerlingen eerst te vragen wat andere mensen over Hem zeggen. Nou, dat hebben ze her en der wel opgevangen. Meteen komen ze met hun antwoorden. ‘Maar jullie dan’, zegt Jezus, ‘wat zeggen jullie?’ Zo geeft Hij ruimte voor wie wil antwoorden. Natuurlijk is het Petrus die antwoord geeft: ‘U bent de Christus.’ Maar zo natuurlijk is dat antwoord niet. Het is – laat Jezus Zijn leerlingen weten – God de Vader die hem dat geleerd heeft.

Geloof begint niet bij ons, maar bij God. Hij gebruikt daar de opvoeding bij, de kerk, een christelijke studentenvereniging. En net zo goed als je praten moet leren, moet je het praten over je geloof ook leren. Niet iedereen leert dat vanzelf thuis. In Deuteronomium 6: 6-9 wordt aan Israël de opdracht gegeven te spreken over wat God heeft gedaan. Maar in vers 20 gaat het over vragen van de kinderen aan de ouders. Dat vragen stellen is bij de Joden geformaliseerd. Op het Pesachfeest stelt het jongste kind onder meer de vraag waarom die dag anders is dan andere dagen.

Ik denk dat je heel blij mag zijn met een studentenvereniging waar je samen spreekt over wie de Here is. Hoe breng je dat in, in het gezin waar je uit komt en in de kerk? Mijns inziens zouden de twee Bijbelgedeelten die ik noemde behulpzaam kunnen zijn.

Duidelijk is dat een verwijt (‘Jullie praten nooit’) geen goede gespreksopening is. Ben je geïnteresseerd in het geloof van je vader en je moeder, van je broers en je zussen? Of liever: ben je benieuwd naar het werk van God in de ander? Dat laatste bracht Jezus tot Zijn vraag. Een vraag geeft ruimte. Geloof moet niet alleen gedaan maar ook beleden worden. Vraag je ouders er maar eens om. Waarom is de zondag zo belangrijk voor je? Wat vind je het mooiste christelijke feest? Wat is jullie trouwtekst? Wanneer heb je Gods nabijheid echt gemerkt? Er zijn kaartensets verkrijgbaar (bijvoorbeeld de Goed-gesprek-box van kerkpunt.nl) die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Maar misschien denk je: ze zien me aankomen met mijn kaarten. Vraag God om een opening. En zoek daar zelf ook naar. Een goed gesprek wordt geboren. Gebruik het moment dat zich aandient, als je met een familielid samen bent, en stel je vraag. Zo kan er een gesprek ontstaan, waarin je zelf ook kunt vertellen wie Jezus voor jou is.

Weergaven: 32