Skip to main content

Zondag vieren we Moederdag en in juni Vaderdag. Twee dagen waarop kinderen hun moeders en vaders in het zonnetje zetten. Heel goed en heel mooi dat kinderen zo laten zien hoe belangrijk hun moeder en vader voor hen is. Toch bekruipt me af en toe het gevoel dat er ergens iets misgaat in de ‘verheerlijking’ van het ouderschap. In het waarderen ervan als het hoogste goed. En hoe mensen die geen kinderen hebben als ‘ongelukkig’ worden gezien, als mensen met een tekort. En dat is vreemd vanuit christelijk perspectief gezien.

Singles
Behalve Moederdag is er een tweede reden waarom ik hierover begin. Eind april verscheen een rapport van The Church of England over het gezin, het samenleven in relaties. De titel van het rapport is Love Matters (Liefde doet ertoe). Het gaat onder andere over (echt)paren met of zonder kinderen en eenoudergezinnen. Het rapport vraagt nadrukkelijk aandacht voor singles, zij die uit keuze of door omstandigheden alleen leven.

‘Onderken de volwaardige plaats van singles in Kerk en maatschappij’

Single-zijn is niet minder dan getrouwd zijn of een andere relatie hebben. Een van de aanbevelingen is: Eer en vier alleenstaand zijn, … , en onderken de volwaardige plaats van singles in Kerk en maatschappij (‘Honour and celebrate singleness, … , and recognise the full place of single people within the Church and society.’). Het Bijbelse argument om de alleenstaande op een voetstuk te zetten is dat Jezus ook alleenstaand was. Op z’n zachtst gezegd, een merkwaardige onderbouwing.

Eren en vieren
Twee uitersten om te eren en vieren zijn zo weergegeven. Het ouderschap en alleenstaand zijn. Beiden zijn op zichzelf genomen niet verkeerd. Ouderschap mag als een zegen worden gezien, maar ook single-zijn is waardevol. Het is echter de vraag of de wijze waarop men in het algemeen naar ouderschap en single-zijn kijkt, recht doet aan wat God de Vader met Zijn Koninkrijk gebracht heeft. Het Koninkrijk dat is doorgebroken met de komst van de Here Jezus: door Zijn lijden, sterven en opstanding en Zijn zitten aan Gods rechterhand. Het Koninkrijk dat tot voltooiing komt als de Here Jezus terugkomt, wanneer alles volmaakt zal zijn.

Geloofsfamilie
De Here Jezus spreekt in Zijn tijd op aarde anders over familieverhoudingen dan men tot dan toe gewend was. Hij laat zien dat het er in het christelijk geloof niet toe doet of je alleen bent of gehuwd, kinderen hebt of niet. Hij sprak de taal van het Koninkrijk. En zet ook in dit opzicht de wereld op zijn kop. In Mattheüs 12: 47-50 kantelt Jezus de ‘aardse’ familieverhoudingen naar familieverhoudingen van het Koninkrijk. Wie zijn de moeder en broers van de Here Jezus? Niet Zijn moeder Maria en Zijn broers. Maar ieder die de wil van Zijn Vader in de hemel doet, is Zijn broer en zus en moeder. Het is de geloofsband die van meer gewicht is dan de bloedband. Iets vergelijkbaars gebeurt voor het sterven van Jezus, als Hij Zijn moeder Maria ziet en de leerling die Hij liefheeft: ‘Vrouw, zie, uw zoon’, en daarna tegen de leerling: ‘Zie, uw moeder.’

Keuze
De geloofsband die de bloedband overstijgt. Dat is wat in het Koninkrijk van God telt. Het wedergeboren worden als kind van God, zodat we door Gods Geest ‘Abba, Vader’ zeggen. Een consequentie hiervan is dat geloven in ons eentje geen optie is. De kerk verlaten en zeggen dat je ook zonder kerk, zonder contact met broeders en zusters gelovig kunt zijn, is strijdig met de familieverhoudingen van het Koninkrijk. Dat het tegendraads is, laten christenen zien die vanuit de islam tot het christelijk geloof zijn bekeerd. Vaak breekt hun familie met hen, terwijl in de cultuur waarin ze opgroeiden alles om hun familie draait.

‘Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van Mij, is Mij niet waard’

Een tijdje geleden sprak ik een Iraanse asielzoeker na de dienst. Hij verbleef in het asielzoekerscentrum in de buurt en had op internet gezocht naar een christelijke gemeente. Ik vroeg naar zijn familie, maar daar had hij geen contact meer mee. Ze hadden met hem gebroken omdat hij christen was geworden. Hij was op zoek naar een gemeente omdat die zijn familie is. Deze asielzoeker heeft de keus gemaakt waar Jezus op wijst: Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van Mij, is Mij niet waard.

Gezegend
In de christelijke geloofsgemeenschap is iedereen elkaars vader, moeder, broer, zus of kind. Wat telt is wat je hebt gekregen door je geloof. Al het andere is extra. Vandaar dat het vanuit het perspectief van het Koninkrijk vreemd is om christenen die alleen zijn te bezien als mensen met een tekort of christenen die geen kinderen hebben als te beklagen. Ja, inderdaad, er zijn gelovigen die verlangen naar kinderen en verdriet hebben om het gemis. Er zijn gelovigen die alleen zijn en het zwaar vinden, verlangen naar iemand naast zich. Beide een terecht verdriet. Tegelijk zijn er ook gelovigen die geen moeite hebben met kinderloosheid en alleenstaanden die geen moeite hebben met alleen zijn. Het zijn gezegende mensen door het kennen van Christus. Dat wordt vaak niet gezien door gelovigen die kinderen hebben of niet alleen zijn.

‘Het zijn gezegende mensen door het kennen van Christus’

Rijkdom
Wanneer Jezus terugkomt en daarna echt alles anders wordt, leven we niet meer in ‘aardse’ familierelaties. Jezus maakt het duidelijk in Zijn antwoord aan de Sadduceeën die Hem bevragen over de opstanding en het leviraatshuwelijk. ‘In de hemel wordt er niet gehuwd of ten huwelijk genomen, maar je zult zijn als de engelen.’ De rijkdom van de geloofsgemeenschap is dat we in het zijn van broeders en zusters in het geloof al een stukje krijgen van wat komen gaat. In de onderlinge band door het geloof zien we al iets van het Koninkrijk. Van hoe het zal zijn in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde.

Dienstbaar
Vanuit deze nieuwe verhouding kunnen we dienstbaar zijn naar alle verbanden in de maatschappij: in gezins- en familierelaties en andere levensverbanden, in arbeidsrelaties en in de verhouding met de overheid. Onze omgeving mag zien dat we als christenen leven vanuit het geloof in de Here God die we eren en vieren om Wie Hij is en wat Hij gedaan heeft.

Weergaven: 40